Vakantie 2006: CAMRace
De voorbereiding
Na de kaakbreuk van Toos tijdens de CAMRace 2004 viel destijds, al vrij snel het besluit dat we bij de editie van 2006 opnieuw aan de start zouden verschijnen. Wij wilden de wedstrijd graag ook een keer reglementair uitzeilen en dan liefst met een goede klassering. In de vrije klasse waarvoor wij hebben ingeschreven, gaat het, per lengtegroep, puur om de line-honours. Wij komen terecht in vrije klasse 4 voor schepen van 10.50 tot 11.50. Onze Centurion 36 is met zij 10.89 niet alleen een van de kleinere schepen, maar ook een van de zwaardere. Dat laatste hebben we nooit als een echt bezwaar gezien, omdat we daarmee een schip hebben waarmee je ook onder wat zwaardere omstandigheden kan pushen. Toch, voor een goede klassering zullen we alles uit de kast moeten halen. We besluiten twee zeilvrienden, Harrie Peraer en Arno Dingemans, mee te vragen. Met Toos, Fannie en Mathieu mee zijn we nu dus met zessen aan boord. Harrie en Arno zullen vanaf Oslo terug naar huis vliegen, waarna wij met vieren de vakantie zullen voortzetten.
In het voorjaar beleggen we een soort team-bespreking waarbij alle neuzen dezelfde kant op komen te staan. Omdat ik nog nooit eerder meerdaagse zeereizen heb gemaakt met opstappers, en met het op dat moment recente ongeluk van Hans Horrevoets in de Volvo-Ocean in gedachte, besluit ik een tamelijk strikt veiligheidsprotocol op te stellen. Het hele team stemt er direct mee in. Voor de respectievelijke thuisblijvers lijkt het ook enigszins een geruststelling. We delen twee wachten in van drie man: Mathieu als wachtleider met Fannie en Arno, terwijl Harrie het team van Toos en mij completeert.
Het weekend voor de start brengen we de Helleveeg naar Lauwersoog. Toos en ik vertrekken donderdag avond uit Willemstad. Om zes uur ’s ochtends bij Stellendam, waar Arno zich bij ons heeft gevoegd, schutten we naar zee. ‘s Middags neemt de wind zodanig af dat de snelheid tot minder dan 3 knopen zakt en dus de motor bij moet. We komen op dat moment ruim uit de kust van Noordwijk terecht bij het windmolenpark dat daar wordt aangelegd. Verboden gebied voor de scheepvaart, en afschuwelijk wat groot. Er langs varend, lijkt er geen einde aan te komen. Laat vrijdagavond komen we boven de wadden en motoren een windstille nacht in. We lopen niet echt wachten maar doen om de beurt een paar hazenslaapjes. We zijn zaterdag in de loop van de ochtend in Lauwersoog en voelen ons meer vermoeid dan dat de beperkte inspanning zou doen verwachten. In de toekomst ook voor dit soort tripjes wachten draaien dus.
Het serieuzere werk
Precies een week later, op zaterdagochtend voor de start is er vanuit de organisatie een laatste briefing voor de schippers. Het belangrijkste is de, door het KNMI speciaal vervaardigde, weersverwachting voor vierdagen voor de respectievelijke zeegebieden Wadden, German Bight, Fisher en Skagerak. Het belooft niet veel goeds: deze keer weinig tot geen wind en met name maandag en dinsdag windkracht NUL! Dat zou betekenen dat niemand gaat finishen. We troosten ons met de gedachte dat het KNMI het ook wel eens mis heeft.
Dat er wat marge in een weersverwachting zit wordt al snel duidelijk. De beloofde 10 tot 15 knopen noordoostelijke wind bij de start blijken in de praktijk op 22 knopen uit te komen. Fanatiek als we zijn starten we toch met de Genua 1 en vol grootzeil. De start is perfect. Een paar seconden na het schot denderen we op volle snelheid over de startlijn met zo’n dertig boten achter ons, drie in een iets gunstigere positie aan de hoge kant naast ons en geen enkele voor ons. De zeilvoering is wat veel en we trimmen de zeilen dan ook zo vlak mogelijk. PANG!!! Plotseling staat het onderlijk van het grootzeil nog boller dan het ooit gestaan heeft. Te veel spanning op de onderlijkstrekker heeft de op de keerschijf aan vermoeiing onderhevige kabelverbinding doen breken. Onmiddellijk zetten we het eerste reef. We hebben wel een paar plaatsen verloren en liggen nu vijfde. De boot is weer uitstekend in balans en zeilt zelfs nog beter dan met vol zeil over het bokkige Wad. Ook op ander schepen geeft de onverwacht aantrekkende wind de nodige problemen: uit de lijken geblazen spinakers, een gescheurd grootzeil, een afgebroken roer en zelfs een heuse aanvaring met structurele schade waardoor deze boten terug moeten naar Lauwersoog. Eenmaal op open zee zijn de golven weliswaar hoger, maar veel gestrekter. In de loop van de namiddag wordt door Mathieu de derde reeflijn gepromoveerd tot nood-onderlijkstrekker. Als de wind vervolgens afneemt blijkt het systeem uitstekend te voldoen. De eerste nacht neemt de wind nog wat verder af, maar we blijven boven de vijf knopen lopen. De snellere schepen, die in hun respectievelijke startgroepen telkens 10 minuten later zijn gestart, halen ons nu langzaam in. De zondag doet zijn naam eer aan. De noordoosten wind ruimt een klein beetje, waardoor we uit de afnemende wind toch snelheid blijven maken in de goede richting. Rond vijf uur in de avond is het Happy Hour, een hapje en een borreltje. Aansluitend hebben we een gezamenlijke avondmaaltijd. Omdat dit de enige periode is dat er niemand slaapt lijkt ons dit ook de uitgelezen dagelijkse mogelijkheid om 2 uur stroom te draaien. De wind ruimt nog wat verder en als de invalshoek het even toelaat gaat de geleende halfwinder, die van zeer licht doek is vervaardigd, omhoog. In de nacht ruimt de wind naar zuidoost, waardoor de halfwinder, die we met ca 80m2 toch wat aan de krappe kant vinden, vervangen kan worden door de eigen 115m2 spinnaker. We proberen continu door trimmen en prutsen de gang er in te houden. Soms komen we boven de zes knopen, maar vaak ook zakt het terug tot minder dan 2.

Ook op maandag komt de zon weer in betoverende kleuren boven de horizon. De wind blijft een beetje twijfelachtig zwak en we beginnen ons zorgen te maken of het KNMI toch niet gelijk zal krijgen. Volgens de ‘Notice of Race’, moeten we uiterlijk 110 uur na de start zijn gefinisht anders volgt diskwalificatie. Nog 50 uur te gaan dus, om de resterende 115 mijl af te leggen. Dat zou moeten kunnen lukken. Op maandagavond komen we voor de kop van Jutland en bevinden ons tijdelijk binnen Deens GSM-bereik. Even wordt het thuisfront op de hoogte gebracht van ons reilen en zeilen. De wind trekt plotseling aan tot 20 knopen en reachen met een spi is te veel van het goede. De geleende lichte halfwinder willen we er ook niet aan wagen dus komt Genua1 er weer op. Onder deze zeilvoering worden we ingelopen door de Hakuna Matata, een Dehler 35 CWS. Deze voert nog steeds een halfwinder op een naar voren gestoken spinakerboom. We zien dat de boom behoorlijk gebogen staat en snappen niet dat men dit aan durft. Plotseling wappert met veel kabaal en gekletter hun halfwinder in de lucht en stuitert de gebroken spinakerboom aan dek. Ze weten de boel snel te klaren en varen onder high-aspectfok verder. Via de marifoon informeren we even of er eventueel behoefte is aan medische of technische assistentie. Het blijkt gelukkig niet nodig te zijn. We lopen daarna snel op ze uit. Als de wind weer afneemt gaat bij ons de spi weer omhoog. We horen een vreemde opmerking over de marifoon. De vrouw van een schipper meldt aan een bevriend schip dat ze geen stroom kunnen draaien omdat er iets in hun schroef zit!!! Het schip zit niet in onze groep dus is het niet aan ons om navraag te doen of te protesteren. We laten het bij een aantekening in het logboek. Het Skagerak wordt een afwisseling van zeilen en dobberen. Dan weer hoog aan de wind, dan weer op spi en dan weer een paar uur in volkomen blakte. 20 mijl voor de finish liggen we uren stuurloos te dobberen. Het water is olieachtig vlak waarin de brandende zon zich eindeloos lijkt te spiegelen. De spie als een dweil langs de mast. Als we het eerste voorzichtige zuchtje wind op de blote rug voelen, ontpopt Arno zich als een ware spinaker kunstenaar. Met twee flinterdunne schootjes rechtstreeks in de hand, laat hij de 115 vierkante meter als een vlieger voor de boot klimmen. Voorzichtig krijgt de Helleveeg een beetje vaart waardoor de spi weer dreigt in te storten. Met een langzame beweging naar links en dan naar rechts, pompt hij het ding weer vol en we zeilen zowaar weg. Geen rimpeltje op het water, behalve dat van onze eigen voortgang. Dichter onder de Noorse kust trek de wind een klein beetje aan en sneller dan verwacht zeilen we dinsdagmiddag door de finish. We melden ons via de marifoon bij de organisatie, maar het signaal wordt niet ontvangen. Dan maar met de handheld marifoon. Met de rotspartijen er tussen blijken we echter daarvoor nog te ver weg. We worden wel gehoord door de Cape Horn, een mededeelnemer, die als een soort relaisstation onze finishtijd doorgeeft. Tijdens de laatste keer stroom draaien hadden we al geconstateerd dat de motor te warm werd. Reden voldoende om nu maar tot vlak voor de haven te blijven zeilen en alleen het afmeren op de motor te doen. Ik voel me er niet echt happy bij. Windstiltes, valwinden, rare stromingen en onverwachte rotsen onder water spoken door mijn hoofd, maar we meren zonder enig probleem af in de jachthaven van Stavern. Onmiddellijk leveren we onze finishverklaring in bij de organisatie. Op de voorlopige lijst prijken al een stuk of dertig boten, maar in onze klasse zijn dat er pas twee. Zijn wij 3e? Een paar uur later hangt er een nieuwe voorlopige lijst en inderdaad: de Helleveeg op de derde plaats. We hebben een bijzonder happy Happy-Hour. Na het avond eten starten we aan de reparaties. De marifoon is het makkelijkste: een slechte stekker verbinding in de voedingskabel. Ook het koelprobleem blijkt eenvoudig op te lossen: een rubber ring boven het wierfilter was verkeerd gemonteerd waardoor er een klein luchtlekje was. Onder spinaker reachend is waarschijnlijk eergisteren toen de wind aantrok tijdens stroom draaien, de aanzuig opening even boven het wateroppervlak geweest waardoor er geen water meer in de pomp stond. Met het lekje was het vacuüm onvoldoende om later opnieuw water aan te zuigen. Reparatie van de onderlijk strekker blijkt wat complexer. De kop met het lummel beslag moet er af om bij de vertraging in de giek te kunnen. Popnagels voor reparatie zijn niet verkrijgbaar, evenmin als kevlar-lijn ter vervanging van de staaldraad. De vrije woensdag gaan we met de bus naar Larvik om daar de nodige zaken aan te schaffen. We lopen de benen onder ons lijf en verslijten een paar schoenen want ook hier komen we niet makkelijk aan spullen. Uiteindelijk koop ik een M8 tap en 6 RVS schroeven om op die manier de kop weer op de giek te kunnen monteren. ’s Avonds is de reparatie klaar en dus kunnen we de volgende dag weer als volwaardige zeilboot meedoen aan de parade-of-sail, voor de burgemeester van Larvik en Erik Ader, de Nederlandse ambassadeur in Noorwegen. Erik Ader heeft sterke banden met de zeilsport. Hij was in 1978, tijdens de toenmalige ‘Whitbread-round the world race’, zelf bemanningslid op de Tielsa en is er als zodanig nu trots op dat 140 ‘kleine’ Nederlandse scheepjes om de twee jaar Larvik aandoen. Na het admiraalzeilen gaat het in bussen naar de zeilclub van Larvik. Tussen de 7 klassenwinnaars wordt in Hobie-cats een havenwedstrijd verzeild voor het bepalen van de overall prijs.
Deze wordt gewonnen door de schipper van de Watermaat. Aansluitend is er de prijsuitreiking.

Het is een hele eer als ik uit handen van Erik Ader de derdeprijs in onze klasse mag ontvangen.
Vervolgens begint het gezellige feest en de traditionele barbecue. Alles is voortreffelijk verzorgd en de gezelligheid gaat door tot in de kleine uurtjes, waarbij we uitstekende contacten leggen met o.a. de bemanning van de Belhamel, een Q (Kalik) 33 uit Zuidland.Vrijdag is een dag van afscheid nemen. Niet alleen zwermen alle deelnemers uit voor een vervolgvakantie langs Noorse, Zweedse of Deense kusten, ook onze twee bemanningsleden Arno en Harrie gaan naar huis. Met de bus naar Larvik, dan met de trein naar Oslo, om van daaruit naar huis te vliegen. Toos verzorgt de reizigers alsof ze op schoolreisje gaan.
Verdere vakantie
Wij vervolgen in een aantal dagtrips onze vakantie. Via de Zweedse scherenkust, het Lymfjord en en de Wadden keren we terug naar Nederland. Met nog een paar dagen vakantie te gaan zeilen we via Vlieland, Enkhuizen en Scheveningen terug naar thuishaven Willemstad. De laatste twee trajecten zijn nog wel het vermelden waard:
We schrijven donderdag 3 augustus, na twee dagen harde wind op Wadden en IJsselmeer. De weersverwachting kondigt de nadering van een hogedrukgebied aan. Het weer zal verbeteren en de wind zal afnemen tot 4 a 5. Op de Navtex zien we dat Oostende nog steeds noordwest 7 afgeeft. We zijn vroeg uit de veren. Er is inderdaad zo weinig wind dat we vanuit Enkhuizen de eerste uren de motor bij moeten zetten om niet onder de 3 knopen te hoeven lopen. Tot IJmuiden komt de wind niet boven de 10 knopen. We hebben met het schutten door de sluizen zoveel mazzel dat we nog lekker drie uur tij kunnen meepikken naar Scheveningen. Doorvaren dus. In de zeesluis trekt de wind heel even aan tot 16 knopen en we vertrouwen er op dat op zee voldoende wind zal staan om te kunnen zeilen. Helaas! Eenmaal onder zeil is het weer 10 knopen wind. We twijfelen of we de motor niet opnieuw zullen starten. Dan gebeurt het: in 5 minuten tijd trekt de wind aan naar 27 knopen en krijgen we een enorme bui over ons heen. Aanvankelijk zetten we niet eens een reef. Na de bui zal het wel over zijn, is de gedachte. We lozen wat grootschoot en inmiddels met zwemvesten en life-lijnen aan, hopen we op betere tijden. Maar die komen niet. Als ik in een vlaag de meter zie stijgen naar 37 knopen true wind, gaan er onmiddellijk twee reven in. Nog is het niet gedaan. Tien minuten later komt de 40 knopen in beeld. We strijken het hele grootzeil en we sluiten het kajuit luik. In nog geen half uur tijd is de wind opgebouwd van een kleine 3 naar een volle 8 met vlagen van 9 en meer. Fannie probeert nog wat foto’s te maken, maar ik ben als de dood voor een plens zout water in m’n camera. Jammer dat we geen waterdichte behuizing hebben. Nu beginnen ook de golven echt op te bouwen. Schuin van achteren inkomend vergt het sturen behoorlijk wat kracht en concentratie. Oostende radio bevestigd nu een verwachting van 8 Bf. De Nederlandse kustwacht heeft het nog steeds over 25 tot 30 knopen. We zetten ondertussen een nieuw absoluut snelheidsrecord met onze Centurion: 14,7 knopen bodemsnelheid (GPS) en 12 knopen op het log. En dat met een High-Aspect fok als enig zeil. Het zal dadelijk volle vloed zijn, springvloed zelfs, maar toch maak Ik me wat zorgen over de zee-situatie tussen de Scheveningse pieren. Het is daar maar een meter of 8 diep en er zijn nu al golven van meer dan 3 meter. De vaste marifoon vertoont opnieuw kuren en Mathieu roept de havendienst op met de handheld marifoon. Zij geven aan dat de zee onstuimig is maar dat er geen echte brekers tussen de pieren staan. Hun verhaal klopt gelukkig en even later meren we veilig af in de jachthaven. Een half uurtje later volgt een tweede jacht, deze wordt echter binnen gebracht door twee reddingsboten. Ze hadden veel water binnen en er was een beetje paniek aan boord. We zijn op de Helleveeg nog een poosje bezig met opruimen en drogen. Onder mijn zeilpak ben ik behoorlijk bezweet en een uitgebreide wasbeurt en een nieuw stel kleren doen me goed. Voldaan genieten we ’s avonds van een uitstekende grilmaaltijd in het Argentijnse restaurant aan de haven.
Op vrijdagochtend heeft Oostende het nog steeds over mogelijk windkracht 8. Nederland heeft het over 6 en afnemend. ’s Ochtends ziet de zee er nog steeds behoorlijk woest uit en we besluiten om de situatie pas vanmiddag om 5 uur definitief te beoordelen. We hebben dan nog net voldoende tijd om voor hoogwater Stellendam te bereiken. Ondertussen controleer ik nog een keer, nu met een loep, de verdachte voedingsstekker op de marifoon. De aap komt uit de mouw: een klein kunststof borgpennetje dat de stekker op zijn plaats moet houden is zodanig om gekruld dat het de stekker juist een stukje los drukt. Bij grotere stroomafname, zoals b.v. bij zenden op vol vermogen, ontstaat er een spanningsdip. Opgelost dus. Tegen vijven is de wind inderdaad afgenomen naar 6. Eenmaal op zee blijken er nog steeds behoorlijke golven te staan, maar niet meer zo agressief als gisteren. De Maasmond passage is chaotisch. Hier staan weer golven van 3 meter of meer. Met HA-fok en twee reven stuiven we er voor de wind, met meer dan 8 knopen op af. Als we de Queen Elisabeth II gewaar worden tussen de paddestoelen melden we Radar Maasmond dat we de snelheid terug zullen brengen om haar voorlangs te laten passeren. Daarop rollen we de fok weg en varen nog 5 knopen. Net buiten de pieren geeft de QE-II gas en passeert zeer ruim voor onze boeg. Vervolgens vragen we Maasmond wat te doen met de 3 binnenlopende vrachtvaarders. Hierop verklaren zij dat ze ons niet op de radar hebben. (We hebben nota bene een heuse Firdell Blipper, de verreweg beste jachtradarreflector, op 10 meter boven zee niveau!) We rollen de fok weer uit en verwachten voor langs de eerste te kunnen. De andere twee schepen zijn dan zeker geen probleem meer. Als we weer lekker vaart hebben horen we op de marifoon dat het eerste schip opdracht krijgt zijn koers 20 graden zuid te verleggen, wat dan ook prompt gebeurt. Nu halen we het nooit meer om voorlangs te gaan en liggen we recht op aanvaringskoers. Als we vertragen kunnen de volgende twee vrachtvaarders problemen gaan opleveren. We sturen hoog op en kruisen de eerste kort achter zijn spiegel. Vervolgens vallen we weer hard af en bereiken ruim voor het tweede schip de veilige boei Maasvlakte Noord. Zonder verdere noemenswaardige incidenten bereiken we Stellendam. I.v.m. de harde wind heeft deze tot nu toe geen brug bediening gehad. Maar nu het ietsje rustiger is geworden willen ze er wel aan beginnen. Om negen uur liggen we in Hellevoetsluis. ’s Nachts genieten we van een geweldige band in het Barbiertje, als een soort traditionele afsluiting van de vakantie.
Eindelijk knapt zaterdag ochtend het weer een beetje op en met een zonnetje komen we vroeg in de middag in Willemstad.
Epiloog
Totaal hebben we hemelsbreed 1073 Nm afgelegd. Op het log hebben we 1268 Nm staan als gevolg van enkele stukken waar we hebben moeten op kruisen. Zoals zo vaak zat het venijn in de staart. Dit geeft echter van de andere kant ook een stuk voldoening. Gelukkig geen ongelukken deze keer. Geen schade. Aan onze insteek om de Colin Archer met een goede klassering te volbrengen, hebben we volledig voldaan. We kijken dan ook terug op een bijzonder geslaagde vakantie. Dat van Radar Maasmond zit me niet lekker. Hun ‘Rain’ en ‘Sea’ onderdrukking mag nooit zodanig staan dat ze een goede radar reflector niet zien. Een schone taak dit deze nazomer eens verder uit te zoeken en ik heb daartoe inmiddels contact gelegd met de ‘Port of Rotterdam Authority’.
Hans van Heesch
H E L L E V E E G