Reisverslag Nicolaas

Deel 1.  CAMR.

Reisverslag “NICOLAAS”  die meegedaan heeft aan de Colin Archer Memorial Race van Lauwersoog (Nederland) naar Larvik (Noorwegen). 

Zondag 1 juli 2006.

 Zo maar een zondag op het Markermeer. Langzaam wordt ik wakker gewiegd door de lichte beweging van het schip waarin we de nacht hebben doorgebracht. In gedachten de geur van vers afgebakken brood tijdens een heerlijk ontbijt in dit vrije stukje Nederland.  

 Het is een onderdeel van de reis die we gaan maken. De Colin Archer Memorial Race van Lauwersoog (Nederland naar Larvik in Noorwegen), en we, zijn Wim mijn zwager, Eric de oudste zoon, Henk Oosterbaan als opstapper en ik. Als voorbereiding op deze reis varen we “NICOLAAS” dit weekend van Numansdorp naar Lemmer. Henk is er niet bij. Zijn plaats is nu even ingenomen door Ria, mijn vrouw. En zo zitten we, even later, met zijn vieren heerlijk te genieten van ons ontbijt terwijl de natuur om ons heen ontwaakt uit haar eeuwig durende onschuld. De voorspellingen zijn 25 tot 30 graden bij een matige wind 2-4 Beaufort, oost-noord/oost.

De zwarte ankerbol kan naar beneden en we varen rustig weg, de rust en de skyline van Amsterdam aan de horizon achterlatend.
Ik ga even terug naar het begin van dit weekend.
Zoals ik al zei, alles staat in het teken van de Colin Archer Memorial Race, afgekort, CAMR.

Het is nu 14 maanden geleden dat we ons zeilschip vanuit Maasbommel naar Lemmer hebben gebracht om mast en zeilen aan te brengen.

Van die reis is verslag gedaan en sommige vragen zich misschien af hoe het in de tussentijd is gegaan. Voor wie het eerste deel nog wil lezen kan dit vinden op Internet. Hoe, staat aan het eind van dit eerste deel.

 Vorig jaar hebben we een zeil groepje gevormd, Wim, Eric en ik. Wij drieën” maken regelmatig zeiltochtjes om zo het schip beter te leren kennen, om leren omgaan met de diverse weersomstandigheden, uittesten van kleding en ons zelf leren kennen onder wisselende omstandigheden.

Het schip heeft ons vertrouwen versterkt. Wij hebben haar teugels gevierd en haar de ruimte gegeven die ze nodig heeft. Het is een samenspel.

Het is februari van dit jaar dat we ons in hebben geschreven voor de CAMR. Honderd veertien schepen is de limit. Wij waren nummer drie en veertig.

Vanaf dat moment is het serieus. We hebben een lijst gedownload met zaken waar we aan moeten voldoen. Van een zichzelf opblaasbaar reddingsvlot tot een set houten keggen om een kapotte afsluiter te dichten, van zelfopblaasbare reddings vesten met ingebouwd harnas, dit om met de speciale veiligheidslijn aan de boot vast te zitten, tot reddingsboeien met flikkerlicht, van brandblussers tot negen liter reserve drinkwater in een tien liter jerrycan om mee te nemen met het reddingvlot, van reserve batterijen voor de schijnwerpers tot een oranje kruis boekje en spalken bij botbreuken. Kortom een hele lijst.

Met deze lijst in de hand hebben we vier maanden geploeterd om alles op tijd klaar te krijgen.

En nu, nu hebben we de zaak op orde en zijn we er klaar voor.

De vaste bemanning is inmiddels uitgebreid met een vierde man. Henk Oosterbaan heet hij en heeft ervaring met zeilen op ruim water en zee. 

Buiten de lijst om van de CAMR organisatie hebben we zelf nog veel energie gestoken in het uitbreiden van het navigatiegebeuren, radar, computer e.d.

Ik zal jullie veel technische zaken besparen.

En zo kwam het dat we dit weekend de trossen in Numansdorp, onze thuishaven, hebben losgegooid en varen/zeilen richting Lemmer. De bemanning bestaat uit  Wim, Eric, Ria en ik. Wij zijn op deze mooie zonovergoten vrijdagavond vertrokken.

Moe van onze aardse verplichtingen komen we tegen negen uur in de avond aan op de jachthaven. Wim stapt later in de avond op, (in Hellevoetsluis). Hij wordt gebracht door Jos met zijn broer Dion. Twee pracht kerels die het er toch maar voor over hebben ondanks dat hun program ook vol zat.

Door wegwerkzaamheden in de Heinoord tunnel liepen we zo veel vertraging op dat we nog net de laatste brugopnening van 21.00 uur konden halen. De brug die het Hollands Diep scheidt van het Haringvliet. Eenmaal op het Haringviet kunnen we richting Hellevoetsluis, waar we de nacht door willen brengen om zo op zaterdagochtend vroeg te vertrekken naar open zee.

Het is nu wachten op Jos, Dion en Wim. Vanuit onze ligplaats hebben we een goed uitzicht over de oude haven. De flanerende jeugd beleeft de zomer van hun leven.

Met wat waxine lichtjes creëren wij onze eigen sfeer.

Door alle weghindernissen komen de mannen om 23.45 aan. We zetten koffie en drinken een biertje, hebben plezier en beseffen dat de tijd vliegt. De temperatuur is zwoel. Het wordt 01.30 uur in de heel vroege zaterdagochtend dat Jos en Dion huiswaarts keren.

Na wat overleg beseffen we dat dit een wel héle korte nacht gaat worden want we hadden om 5.00 uur op willen staan. We besluiten de planning aan te passen.

Eric en Ria gaan slapen en Wim en ik varen het schip in de nacht naar de zeesluis van Stellendam om via het Slijkgat op open zee komen. Langzaam glijden we langs de betonnen wanden de zeesluis van Stellendam binnen nadat ik me bij de sluiswachter heb gemeld en die op zijn beurt nog wat slaperig vermelde dat hij de sluis klaar ging maken. Het licht springt op rood boven groen. We kunnen aanvaren. De lucht is helder en we hebben gelukkig een goed plotsysteem waar we de route op kunnen zien. Eenmaal buiten laten we ons in de geul begeleiden door de goed zichtbare lichtboeien .

Voor alle zekerheid blijven we in het midden van de geul. Ondanks de warmte in de beschutte haven hadden we toch ons thermisch ondergoed aangedaan. Niet voor niets merken we nu. De nacht is fris maar ó zo heerlijk.  De lucht is gesluierd en het duurt dan ook best lang voordat de zon in deze nieuwe dag echt helder en warm doorkomt.

En zo varen we vanuit de donkere nacht een prachtige nieuwe dag binnen.

In de ochtend, rond vijf á zes uur, worden we afgelost zodat eerst ík even kan gaan slapen en later Wim. We passeren Hoek van Holland, de poort tot Europa waar de grote zeeschepen af en aan varen om hun producten te verhandelen. Wanneer we ter hoogte van Scheveningen  zitten verlaten we even onze koers en varen richting strand om de skyline van Scheveningen tot leven te brengen.

Het zonlicht dat Scheveningen van achteren belicht houdt de veelheid aan kleuren nog even vast en geeft het op het laatst pas prijs zodat het lijkt alsof we een decor van een immens toneelstuk binnen te varen

Langzaam komt het strand met zijn omgeving tot leven, het Kürhous met zijn imposante gevel, de pier die de zee al vele jaren eenvoudig bedwingt, de strand huisjes, parasols en vele mensen die in al hun variatie het strand aankleden en op zoek zijn naar verkoeling.

We vervolgen onze weg. Bestemming  Ijmuiden. Via de kleine jachtensluis sluiten we de poort naar buiten en varen het Noordzeekanaal op richting Amsterdam.

Ijmuiden, waar alles groot is met een veelheid aan bedrijvigheid. De beeldspraak, Nederland is klein, denk groot, is hier van toepassing. Overal staan bouwkranen, er is volop activiteit.

Schepen, los en laad terminals, gebouwen op de oever opslagtanks enz.enz.

Het is rond de klok van 18.00 uur dat we bij de ingang naar Velzen komen. Daar ligt watersportvereniging Ymond. Een makkelijke plaats, achter de brug, om te overnachten.

Kom maar, roept de haven, kom en rust lekker uit, jullie hebben het verdiend, en verdomme, het ís ook zo.

Maar tóch besluiten we om door te varen en de dag uit te drinken tot de bodem.

We varen door tot Amsterdam waarin het op het Afgesloten Ij en het Buiten Ij een drukte is met alles wat maar drijven wil. Massaal en kleurrijk zoekt Amsterdam het water op.

We zijn alert op al dit gefriemel om ons heen en volgen onze weg tussen iedereen door, op weg naar de Oranje sluizen.

De Oranje sluizen, als poort naar het Markermeer. Eenmaal aangekomen staat de sluis als het waren open zodat we er een kwartier later weer uit zijn. We laten de rijen karakteristieke gebouwen op de oever achter ons en praten na over alles wat we gezien hebben.

Eenmaal weg van Amsterdam komen we op het Markermeer waar we buiten de vaargeul het anker laten vallen in 2.5 á 3 meter diep water.

Met twintig meter ketting en wat spierballen vertoon van onze motor liggen we als een huis. De motor kan uit en we wentelen ons in de rust die als een warme zomerdeken over ons heen valt.

Het is 21.45 uur en na een heerlijke maaltijd van Ria is het niet zo moeilijk voor te stellen dat we allemaal onder zeil gaan, om deze toepasselijke zin maar eens te gebruiken.

Dus nú is het zondag dat ik hier achter mijn computertje zit terwijl buiten het werk doorgaat. Het is inmiddels 28 á 30 graden geworden. We zijn al enkele uren geleden de Houtribsluizen gepasseerd en hebben de bouw van enkele grote windjammers in Bataviastad bewonderd. De halfwinder van 130 vierkante meter, onze laatste aanwinst,  is, nog in de slurf,  gehesen en hangt nu onrustig tegen een helder blauwe lucht wat te meanderen . Ze wil eruit en als een jong dier rennend over een eindeloze vlakte trekt ze in al haar onschuld bijna Wim over de reling . Eenmaal vol geblazen worden we stil van haar prachtige aanzicht.  De wind is tussen 5 en 10 knopen, weinig dus. Maar met de halfwinder lopen we toch nog 40% van de windsnelheid in knopen.

Wat later valt de wind weg en kan de halfwinder weer terug in de slurf om vervolgens  via het voorluik opgeborgen te worden in de ruimte onder de kooien in de voorpiek. Wachtend tot ze er weer uit mag.

Na een korte tijd trekt de wind aan en kan de standaard zeilvoering erop. We trekken  nog even een laatste spurt van anderhalf uur.

De contouren van Lemmer worden zichtbaar. Het zeil kan naar beneden en op de motor varen we het laatste stukje aanloopgeul tot we afmeren.

 “De Vries” De zeilmaker die wat kleine zaken de komende week moet nakijken zodat we helemaal vertrouwd aan de race mee kunnen doen.

Het eerstvolgende weekend komen Ria en ik terug om via de staande mast route naar Lauwersoog te varen. Ria heeft één week vakantie, heerlijk. We gaan door klein water zoals het Sneekermeer, Margrietkanaal en door de grachten van Leeuwarden en Dokkum.

In Lauwersoog is de start van de race. We moeten er één week van te voren zijn zodat het bestuur de schepen kan controleren. De start van de CAMR is op 15 juli in de middag  De startgroep waarin we ingedeeld zijn start om 14.10 uur.

Voor diegene die er meer van wil weten kan dit opzoeken op internet.

Google….CAMR.

Er staan foto’s in en verhalen van mensen in die eerder meegedaan hebben. Het is een race ter nagedachtenis aan Colin Archer. Een Noorse jachtontwerper. Om de twee jaar wordt deze race gehouden.

Voorgeschiedenis “NICOLAAS” en de grote verandering.

Te vinden op Internet

www.jachtwerf-numansdorp.nl

home/ links

WSV Kromme Strijne

Clubblad  ( naar beneden scrollen)

“NICOLAAS” en de grote verandering 


Deel 2 CAMR


Het is nu zaterdag 8 juli 21.40 uur.

Terwijl ik dit schrijf liggen we, Ria en ik, met ons schip NICOLAAS aan het Sneekermeer. 

Het is nog maar één week geleden dat Jos ons op zaterdagavond op kwam ophalen in Lemmer, nadat we met ons vieren in twee dagen van Numansdorp naar Lemmer waren gevaren.

Een laatste week werken voor mij, de eerste hittegolf van dit jaar, een week van vele zaken afronden en regelen. Afgelopen donderdagavond heb ik met Wim een provianderinglijst gemaakt. Door in te loggen bij Albert Hein kregen we een overzicht van het totale assortiment zoals de meeste grote winkels die hebben. De lijst van producten die we hieruit destilleerde zag er indrukwekkend uit, maar werd overtroffen toen het eenmaal in de winkelwagen lag. Gistermiddag om 14.00 uur rolde de eerste twee lege winkelwagens de A.H. vestiging in Druten binnen. Mijn zus Nollie en ik zouden dit klusje wel even klaren. Om 16.00 uur waren we vier volle karren verder en mijn kleine bestelautootje was vol. Nog even langs de slager voor 24 liter blikken vlees en de eerste ronde was gedaan. De aanblik was om stil van te worden. Moest al dit spul onder de banken, in de rugleuningen en de wandkastjes vroeg ik mijzelf steeds af.

 Dezelfde avond zijn Ria en ik om 21.00 uur in de auto gestapt richting Lemmer waar we om 23.00uur de auto langs NICOLAAS parkeerde. Bouwede Vries had het schip even verlegd zodat we er makkelijk met de auto bij konden komen. Een gouden vent die Bouwe. Vannacht om 01.30 was het wonder toch geschiet. Het hele spul zat erin, en niets verraadde de kostbare lading van het schip. Moe maar voldaan lieten we ons tegen tweeën in de koffer zakken.

 Het is zaterdagochtend, 9.00 uur. Ik word wakker van al het zonlicht dat via alle mogelijke openingen en kieren naar binnen probeert te komen. We genieten van onze afgebakken broodjes, potje thee en het gevoel van vrijheid.

We horen in toenemende mate de vele kinderstemmen. Op weg naar water en zand.

Ria knort nog even met de auto naar de stad, voor wat lekkernijen deze week, terwijl ik de boot verder opruim en de drinkwatertank tot de nok toe afvul. Wat kleine klusjes verder besluiten we om 13.30 uur te vertrekken. Bouwe de Vries komt het laatste lijntje losgooien en zijn woorden, goede reis en goede race, zitten nog in mijn hoofd terwijl zijn gestalte langzaam achter alle afgemeerde scheepjes verdwijnt.

We draaien de havenkom uit de vaargeul in richting Margriet kanaal. We hebben een windkracht vijf op de kop. Het Ijselmeer is tot aan de horizon gevuld met witte driehoekjes. Wat zeilen kan, zeilt, wat varen kan, vaart. Op het eigen schip of op één van de grote klassieke schepen die met hun grote zeilen een indrukwekkend gezicht zijn.  De lucht is helder blauw met kleine witte propjes. Het past bij Friesland. Op het water is het een drukste van jewelste. De Prinses Margrietsluis staat open en als laatste glippen we naar binnen. Lange sluis, dat valt op. Middenlijn op de vaste bolder en de voor en achterlijn over de ketting die er hangt. Het is 14.15 uur dat we eruit varen. We komen ogen te kort en genieten volop van deze prachtige dag en van het gevoel nog samen een week door te kunnen brengen vóór de race begint. We volgen de vaargeul waarin je voor het openen van een brug nooit lang hoeft te wachten. En zo passeren we het Koevordemeer en de Brekken. Rond 16.30 uur meren we af aan het begin van het Sneekermeer. Het is mooi geweest voor vandaag. Aan stuurboord zijde nét voor een voetveer meren we af. Ria is met een heerlijk maal bezig en heeft een cd. op staan met klassieke relax muziek.

Ik zit buiten en zie in mijn ooghoeken een klein bootje zich aan de wal vast maken. Twee gabbertjes stappen er uit. U kent dat wel, bloot lijf, petje en biertje in de hand.

De naam van het bootje bestond aan twee kanten uit het uitgezaagde deel van een Heineken kratje. Dat belooft niet veel goeds dacht ik. Vijf en twintig meter afstand.

Weg avondrust dacht ik. Alle vrienden en vriendinnen zullen zo wel landen en ik had al hele visioenen van kampvuren, véél drank en herrie tot de dag van morgen zal beginnen. Op dat moment was Maria Callas op haar hoogtepunt en Ria had er even wat decibellen tegenaan gegooid. Mooi zo, dacht ik. Dat heb ik op tv. gezien. Jongeren van hangplekken verjagen door klassieke muziek. Of het geholpen heeft weet ik niet maar ze vertrekken weer net zo snel als ze gekomen zijn. Prima.

Het pondje vaart af en aan. Het stukje waar we aanliggen is een soort schiereilandje wat druk bezocht wordt.

Plots zie ik uit alle hoeken en gaten van het eilandje mensen komen die in rijen naar het pondje komen. Per vijftig stuks worden ze over gezet. Staand tegen elkaar. Ik zie er geen verband in. Het lijkt wel Kevelaer. Alleen het flesje heilzaam water uit het Sneekermeer ontbrak. En dan te bedenken dat veel van deze recreatieplassen zijn ontstaan door het uitsteken van turf. Wat kan tijd, de loop van de dingen toch veranderen bedenk ik zo.

Het wordt langzaam avond. Het is nu 23.15 uur. Buiten in het donkere deel van de prille nacht vaart het pondje, met groen boven wit licht in de mast, nog steeds.

Binnen is het oergezellig. Muziek, gezellig licht en een borreltje wat op me wacht. Ik ga afsluiten.     

 

Deel 3 CAMR
 

Het is nu zondag 9 juli 2006
 

Lui, dat vond ik mijzelf toen ik vanmorgen pas om kwart over negenen mijn bed uit kwam. Onzin natuurlijk. Ik duwde het dekbed met de roosjes van mij af en vond dat het genoeg was.  Ik schuif de gestreepte gordijntjes over de koperen roede open en zie een grauwe hemel.

De blauwe hemel van gisteren heeft plaats gemaakt voor een grijs en winderig alternatief. De wind is in vlagen tussen 15 en 20 knopen. Omgerekend is dat Beaufort 4 tot 5.

We genieten van ons ontbijt en bespreken de route voor vandaag. Leeuwarden met zijn vele bruggetjes. Als we die bijna gepasseerd zijn kunnen we aan het eind van de stad misschien overnachten. Op de kaart staat dat er overnachtingplaatsen zijn. We zien wel hoe de situatie is. 

Ondanks de hemelse saaiheid blijft het droog. We vertrekken om 10.30 uur en zijn niet de enige op deze zondag. Het is colonne varen . De route gaat door prachtig Fries natuurgebied. We komen prachtige schepen tegen maar zoals altijd ook vele gedrochtjes. De natuur is overweldigend mooi met zijn oevers, dan in het riet met enorme vergezichten en dan weer door bebouwingen waar je de worstjes zó van de barbecue kunt plukken. Het is deafwisseling.  In het veld zijn ontelbare zijarmpjes waar je met een klein bootje prachtig de natuur kunt verkennen.

De lucht wordt warmer en we hopen dat de zon zich nog een keer laat zien vandaag.

We passeren Grauw, steken het Biggemeer over, het Schalke diep en draaien via het Lange meer het van Harinxma kanaal op. Hier begint het aftellen van de Leeuwarden bruggen. Dit kanaal loopt dwars door een prachtige ruime woonwijk waar het mooi wonen is, dat zie je zo. Maar zoals vaak ook door een stukje industrie en oude woonwijken. En zo krijg je toch een gevarieerd beeld van een stad. Eenmaal de stad bijna door meren we af langs een gemetselde kademuur van gele baksteen. We leggen vast aan grote metalen ringen op de oever. Niet de handigste manier om vast te leggen, maar je kunt niet alles hebben. 

Na wat stadse indrukken krijgen we het gevoel dat we hier voor vannacht niet goed liggen. We hebben nog tijd, dus gooien we los en gaan verder richting Dokkum. We varen langzaam door een groot park waar de gracht zich met zijn vele bochten doorheen slingert, en verlaten zo de stad richtingDokkum. Het Dokkumer Ee is de verbinding. Een prachtig meanderend riviertje dwars door de polder. Ook hier weer open natuur waar de wind zijn gang kan gaan.

Halfweg ligt er een steigertje waar twee scheepjes aan kunnen.  Er ligt één witte platbodem afgemeerd van een ouder echtpaar. Terwijl we afmeren komt mevrouw, rode driekwart broek met blouwe trui van Ralf Lauren met een rood vaal petje, brilletje met sterke glazen, geschatte leeftijd vijf en zestig tot zeventig, ons helpen met het aanpakken en doorhalen van de meerlijnen. Ze vraagt hoe lang we zijn en met grote passen meet ze zelfverzekerd de twaalf passen af, over de steiger, om te kijken of het zal lukken.

Even daarna komt haar man ook helpen, dezelfde uitstraling dezelfde kleding. Een echtpaar archeologie of professor oude Griekse taal. Daar dacht ik aan, maar zal het zeker mis hebben. Met 15 knopen wind op de kont leg ik er maar een extra lijntje bij. We liggen hier prachtig. Eenmaal binnen komt de warmte uit onze hoofden en na één wijntje ter afsluiting van het varen vallen we bij een mooi stukje muziek op de bank in slaap.

Het is nu 18.30 uur. Het eten staat heerlijk te pruttelen en smaakt even later opperbest. Gebakken aardappeltjes met Broccoli, een biefstukje, watrauwkost van veldsla, radijsjes en komkommer in heerlijke dressing. Hierna yoghurt met aardbeien en een dotje spuitslagroom. Waar hebben we het over.

De wind loopt af en toe aan tot 27 knopen, ofwel een 7 Beaufort waardoor de verstagingen beginnen te gieren. Alvast wat voorproefjes van hoe het kan zijn volgende week.

Terwijl ik hier nu zit zie ik op de windmeter uitschieters van 25 tot 30 knopen.

De luchtgaten van lage druk worden opgevuld. Ik leg de muis even terzijde 
 

Deel 4 CAMR 

Het is nu maandag 10 juli 2006

De dag van vandaag is totaal anders dan die van gisteren. Zo winderig als de dag van gisteren was, zo rustig begint de dag van vandaag. Heldere blauwe lucht met kleine witte wolkjes. Oer-Hollands. Een zwakke wind. Temperatuur 20 tot 25 graden. Weer voor het strooien hoedje dat ik ooit in Spanje heb gekocht. Om 9.45 gaat de motor in de achteruit en op de achterspring draait de kop rustig van het steiger af. De afstand tot de witte platbodem met zijn gehesen boegspriet bedraagt nog géén meter. Wanneer de kop eenmaal ver genoeg van de steiger is weggedraaid geef ik even een klapje vooruit en we kunnen weg. Het echtpaar zwaait ons uit, koeien staren ons aan, de Friese koekoek koekoekt gewoon verder en de weidevogels gaan onverstoord hun gang.  

Rustig vervolgen we onze weg van gisteren. De lange schaduw van de mast vaart mee aan bakboord op de oever. We varen langzaam om alles in onze gedachten op te slaan. Ik had niet kunnen bedenken dat deze route zó mooi is, zo vredig en vol natuurschoon is. De Dokkumer Ee slingert door het landschap, kleine plaatsjes waar, aan de huisjes te zien, de landbouw al vele jaren een magere boterham heeft opgeleverd en waar deze kleine arbeidershuisjes langzaam zijn vervallen en zijn verworden tot het buiten paleisje voor de stadse mensen, of worden verhuurd als vakantie woninkjes. Diegene met een dikke beurs heeft het wat groter aangepakt en laat dat ook duidelijk zien.

Af en toe komen we een bascule bruggetje tegen dat snel wordt geopend. We passeren Bartlehiem en Burdaard met zijn prachtige molen. We voelen ons bevoorrecht om hier te zijn.

Om kwart voor twaalf glijden we, bij de eerste molen, langzaam onder de eerste brug van Dokkum door. Wat een mooi stadje is dit. De tweede brug halen we net voor twaalf uur. Dan gaat de brugwachters één uurtje pauzeren. Maar eerst slingert hij zijn vishengel,.met blauwe klompje eraan, bij ons aan boord om wat te vangen voor zijn hefwerkzaamheden. Het hoort erbij in Friesland.

 

We meren even af in een grote kom midden in de stad en overleggen of we hier zullen overnachten. Het is nog vroeg. Ik doe een dutje in de kuip en Ria zit even voor in de zon te dommelen. Ná het hazenslaapje, om half twee, besluiten we toch verder te varen. Dokkum telt vier bruggetjes. We varen onder de derde brug door en zien, aan bakboord,  een prachtige aanlegsteiger, speciaal voor zeiljachten met grotere diepgang dan 1,50 meter.  

Ik draai in het smalle vaarwater en leg aan. We blijven tóch overnachten. Hier doorvaren is doodzonde. Aan weerszijde van het water staan oude gevelpandjes. De ene zijde arbeidershuisjes, de andere zijde grote herenvilla’s. De kleine oude pandjes zijn door de tijd vele malen verzakt en steeds weer gerestaureerd. Ondanks dat de kozijnen uit de haak zijn, de geveltjes voor of achterover hangen en het voegwerk er golvend uitziet is allesverzorgt.

Het totale stadsbeeld is mooi. Alles netjes in stijl gehouden.

We sluiten de boel af en gaan de stad in. De winkelstraatjes zijn vol gezelligheid en Fries dialect. Bij de VVV. kopen we voor Eric en mij een T-shirt met Friese vlag.

 

De zon staat hoog aan de hemel en verwelkomd ons in dit prachtige stadje met zijn vele oude stadgezichten aan de ene kant en de vele jonge mensen die deze stad vullen aan de andere kant.  

Dokkum heeft vele verrassende plekjes met prachtige watergangen en veel draait om de watertoerist. Het Lauwersmeer is natuurlijk ook binnen afstand.

Bij terugkomst schrob ik de bovenbouw, zodat het er morgen, wanneer we aankomen in Lauwersoog, het er spik en span bij staat.

 

Na zessen komt de stad tot rust. We horen de vogels duidelijker, mensen gaan sporten of laten hun hond uit. Ze nemen plaats op het bankje vóór het huis en genieten net als wij van deze prachtige dag.

Bij de brug hoor ik twee jongens van amper 10 jaar oud erg veel plezier hebben. Ze hebben in het water een stuk touw ontdekt met vlaggetjes eraan. Ze zijn het met veel herrie en lachen aan de kant aan het trekken. Aan het eind blijkt nog een goede uitziende fiets te hangen. Wat later komen ze voorbij met de trofee die mee naar huis gedragen wordt. De een probeert het stuur in bedwang te houden terwijl de ander het achterwiel van de grond tilt omdat de fiets nog op slot staat.

Het modderige stuk vlaggetjestouw zit, als bewijs voor moeder, onder de snelbinder.

Dáár zal moeder blij mee zijn. Het is nu 20.45 uur. Ria zit buiten heerlijk te lezen.

Morgen leggen we het laatste stuk af en varen in één ruk naar de haven van Lauwersoog waar we ons, bij aankomst, op marifoonkanaal 77 ons melden bij de walkapitein van de CAMR organisatie. Na inlevering van de bemanningslijst krijgen we dan de startwimpel en de deelnemersvlag. Het wachten is dan op de andere bemanning.

De spanning stijgt. Zó veel voorbereidingen vreten energie. Ik hoop woensdag en donderdag nog wat te kunnen rusten. Vrijdag worden we naar de buitenhaven gedirigeerd waar zaterdag de start is.

Per dag wordt vanaf nú het weerbericht bijgehouden om zaterdag een beeld te hebben van wind en golfgedrag.

De geluiden en beelden van deze dag verstommen en zullen nooit meer terug keren. Alleen in onze hoofd zal deze dag nog voortduren en een mooie herinnering zijn.

Het water is tot rust gekomen en ligt er als een spiegel bij waarin de inmiddels verlichte ramen van de grote panden aan de overzijde hun warme gloed laten weerschijnen.

We maken nog even een wandeling op het scheiden van avond en nacht alvorens we de kooi opzoeken en de opgeslagen zonnewarmte uit onze hoofden proberen kwijt te raken.

Voor iedereen welterusten en tot morgen. 


Deel 5 CAMR


Dinsdag 11 juli 2006

De nacht wordt enkele malen onderbroken door een fikse regenbui.

Even de beentjes uit de voorkooi en een controle ronde doen. Zitten de dekluiken goed dicht, komt er geen regen door het vliegengaas van de deur naar binnen.

Dat moet ik misschien even uitleggen. De ingang van de boot is normaal afgesloten met drie stuks houten steekluiken die in elkaar vallen. Aan de bovenzijde afgesloten met een stalen schuifluik. Potdicht dus. Wanneer we aan boord zijn hebben we het schuifluik terug geschoven en vastgezet met een grote koperen schaaf. Voor de ingang hebben we twee stuks zeildoeken deuren op model laten maken zodat ze met een rits de ingang afsluiten. In de ene hebben we een doorzichtige dikke kunst stof folie laten maken en in de andere een kunststof vliegengaas.

Voor de nacht, en uiteraard ook voor overdag, kunnen we volstaan met een van deze twee kunst stof deuren afhankelijk of er veel regen valt of dat we willen ventileren en de muggen buiten willen houden.

Voor de nacht is het heerlijk om de ventilatiedeur erin te houden.

Vandaar mijn controle of er geen slagregen op stond. Anders had ik er de andere in gezet. Wanneer we meer veiligheid wensen gaat de houten deur erin en wordt het van binnen af gesloten. Iedere zeiler zal dit herkennen.

Het geluid van de tikkende regen op de luiken doet mij weer peilsnel onder de wol kruipen. Heerlijk dat geluid. Het doet me denken aan mijn jeugd toen mijn bedje op zolder stond onder een oud stalen dakraampje. Zo’n raampje wat je op een kier kon zetten door een ijzer, met een rij gaatjes, op een pennetje van het raam te haken.

En zó worden we dan tóch nog rond de klok van acht uur wakker met een grijze regenachtige hemel om ons heen.

 

Dat belooft niet veel goeds vandaag is mijn gedachten. Het valt later mee.

Na het ontbijt maak ik een aanvang met de voorbereidingen voor vandaag.

Ik leg de kustkaart van het Lauwersmeer klaar. De laatste kaart van de staande mast route. Ik start het kaartplotprogram, bekijk de bijzonderheden die we tegen komen, bespreek de route met Ria en we kunnen.

Met een grote draai varen we om  9.45 uur weg van deze mooie plaats in Dokkum.

De buren zwaaien en kijken ons na. Een laatste hefbrug zorgt dat we de stad kunnen verlaten.

We varen weer het veld in waar langzaam de Dokkumer Ee smaller wordt, de diepgang minder en de oeverafwerking nog in een voorbereidend stadium is. We komen bijna geen huizen meer tegen. Het riviertje meandert enorm. Aan het eind verlaten we de rivier door, in Dokkumer Nieuwe Zijlen, via een klein schutsluisje op een van de uitlopers van het Lauwersmeer te komen. De vaargeul op deze uitloper vergt aandacht omdat er weinig boeien liggen maar des te meer takken die in de grond gestoken de geul markeren. Opletten dus. Ria heeft de kaart in de hand en is mijn reserveschipper. 

We naderen de haven waar de walkapitein ons al staat op te wachten. Langs de kant staan overal vlaggen van de sponsors te wapperen, en verwijzen borden je naar het kantoor van de organisatie. De walkapitein komt met zijn fietsje aanrijden en wijst ons een plaats aan. Op de kop van steiger E.

 

Het is 13.30 uur dat ik met één druk op de knop de motor tot zwijgen breng. Mooie plaats. Ik verwacht dat er vóór het eind van deze week er nog vier bij ons opzij zullen aanleggen. We sluiten de boel af en gaan ons eerst melden op het havenkantoor.

Na wat administratieve zaken loopt er direct een persoon van de organisatie mee, ter controle van alle punten.

Twee punten waren niet in orde. We hadden 800 liter drinkwater bij ons maar er moest 9 liter in een 10 liters jerrycan zitten om bij verlaten van het schip op zee een drijvende hoeveelheid drinkwater bij de hand te hebben.

In de middag hebben we die jerrycan even gekocht bij de plaatselijke watersportzaak. Hier heb ik ook een ontbrekende kustkaart van Noorwegen besteld.

 Het weer is inmiddels prachtig geworden. De zon schijnt uitbundig en de hemel is blauw. De wind is tussen 10 en 15 knopen. Vanaf de dijk is er een mooi uitzicht over de zeearm tussen Ameland en Schiermonnikoog waar de schepen straks allemaal zeilend doorheen moeten varen.

Momentheel liggen er ongeveer 50 schepen die aan de race meedoen. De rest moet nog binnenkomen. Dat wordt dus nog een hele drukte, maar wel leuk.

Ik ben weer even terug. Het is 18.45 uur. De lucht is helder blauw met kleine schapenwolkjes maar de koude wind doet ons in de luwte kruipen. We liggen afgemeerd met de kop in de wind zodat de wind niet naar binnen komt, en we beschutting vinden in de kuip, weggedoken in kussens en wat al niet meer zij. D e dekbedden liggen heerlijk uit te wapperen over de giek. Dat wordt heerlijk slapen met een zonnetje onder de dekens. De boot vult zich met heerlijke geuren van de maaltijd die Ria aan het bereiden is.

 Na het eten even een heerlijke douche in het clubgebouw. Daar knap je van op.

De dag eindigt met een kaartspelletje en wat pinda’s. Niet spectaculair maar heerlijk rustig. 
 

Deel 6 CAMR


Woensdag 12 juli 2006

 

Geen wekker, geen auto’s, geen stemmen. Door niets gewekt worden is het ultieme vakantie gevoel.

Dit wordt een luie dag, dat voel ik zo.

 Vandaag zal Eric aankomen nadat hij zijn lijstje heeft afgewerkt. We maken in de ochtend een wandeling langs de vissershaven. De kotters zien we van diverse kanten aan komen stomen, een witte boeggolf voor zich uit duwend. Op de kant staan de vrachtauto’s met hun koelgeneratoren te wachten. Mannen met klompen, blauwe overal en piekhaar. Een apart volkje die vissers. De schepen meren af, er is bedrijvigheid. De bakken met vis gaan aan de ene kant de afslag in en aan de andere kant er weer uit richting consument.

Het weer is nog steeds mooi ondanks dat de lucht zich vult met cirruswolken. Volgens de boeken betekent dat een weersverandering. Ria zoekt het op in het boek en komt met de mededeling dat volgens het boek, Cirrus en vrouwen niet zijn te vertrouwen.

We verwandelen een stuk van de tijd en berusten in het niets doen.

De schepen van de CAMR Race druppelen binnen. Op de marifoon horen we wanneer ze zich melden en van de organisatie een plaats krijgen toegewezen. Later in de middag verhalen we de boot twee meter naar voren en komen er nog twee zeiljachten langszij.

Stootwillen ertussen en de nodige meters lijn om alles vast te leggen. Vanmorgen om 4.00 uur vertrokken uit Scheveningen hoor ik die mevrouw nog zeggen.

De wind is inmiddels gedraaid naar het Noordoosten en kan volgens mij inderdaad nog van alles doen. De zoon van het schip langszij had het over windkracht negen bij de Engelse kust. Dat is wel niet hier, maar kan een verandering tot gevolg hebben. We wachten af en kijken dagelijks naar de berichten, door de havenmeester, met vier punaises op een paneeltje met duizend gaatjes, aangebracht.

 Ik hoor stemmen en gestommel op het dek. De buren lopen over ons voordek naar de kant. Dat zijn de regels. Dus als je langszij afmeert loop je nooit via de kuip van het langs liggende schip.

Het is 19.00 uur dat de zoon van het schip langszij naar buiten komt met een doos waar hij een rookgarnituur uit tovert. Onderweg hier naar toe had hij een vijftiental kleine makrelen gevangen. Simpelweg door wat haken aan een stukje plastic achter de boot te hangen. De rookpan wordt geïnstalleerd terwijl de kleine lichaampjes van de onthoofde jonge makreeltjes geduldig in een rijtje op de plastic snijplank liggen te wachten. Willen jullie nog vis eten?. O.k. dan vertel ik verder.

 Een zakje fijn gehakt eikenhout wordt aan het smeulen gebracht door er een bakje brandende spiritus onder te schuiven. In het bovendeel gaat wat van de tevoren gekruide vis op een roostertje. Tien minuutjes verder, klaar. Ria en ik hebben er ieder een gekeurd en goed bevonden. Een ontzettend goedkope, snelle en lekkere manier van vis bereiden. Verser kan niet.

Het is rond achten dat Eric arriveert. En natuurlijk weer wat spulletjes wat weg gestouwd dient te worden. Over en weer worden wat zaken op elkaar afgestemd en na een maaltijd en een drankje wordt het toch wel tijd dat we de dag vaarwel zeggen. Het is nu 23.35, bedtijd. Morgen komen de andere twee mannen Wim en Henk. 

Deel 7 /8 CAMR

Donderdag 13 juli/vrijdag 14 juli  2006

Het is vandaag een drukte in de haven. De mensen van de organisatie lopen heen en weer. Er komen nog veel schepen binnen.

De wind is matig uit Noordoost tot Noord en de zon is volop aanwezig. We nemen overal de tijd voor want Wim en Henk komen vanmiddag pas. Hiervoor willen we alles een beetje op orde hebben zodat ze hun spullen kwijt kunnen.

We maken een wandeling over de dijk waar straks familie en belangstellende een goede uitkijk hebben en uitzicht hebben op de startlijn.

De dag heeft haar eigen tempo en laat zich niet opjagen door serieuze zaken.

Rond de middag arriveren er twee grote schepen van Hans Christiaan, ook een soort Colin Archers. Ze meren achter ons af.  Daarlangs nog een jacht zodat we drie dik liggen. De wind wakkert in de loop van de dag aan. Ná de middag 15.00 uur komt dan eindelijk de ontbrekende kustkaart van Zuid-Noorwegen binnen en kunnen we de startwimpel in het kantoor ophalen.

De dag verloopt verder wat chaotisch omdat er zoveel kleine zaken zijn waar we aandacht voor nodig hebben. Overal lopen schippers laatste zaken te regelen terwijl opstappers met grote rugtassen hun schip opzoeken. Er liggen twee schepen bij ons langzij. De buitenste is een grote die veel wind vangt. Alle druk van die drie komt bij ons op de stootwillen te staan. Ze zien eruit alsof ze ieder moment kunnen barsten. Het is 17.30 uur dat we op zoek gaan naar de nassipan. De organisatie heeft een  gezamenlijke maaltijd geregeld.

Na de nassie willen we nog even een visje gaan eten wat helaas uitloopt op twee gesloten viswinkels. De kleur van het uitstapje wordt echter bepaald door een man die met zijn vrouw op een verlaten terrasje zit en ons aanspreekt. Het blijkt een soort kruising te zijn tussen Willie Wortel en Jomanda. Het duurt dan ook niet lang voordat we met zijn allen verwonderd en met blikken van ongeloof  onder zijn motorkap staan te kijken. Hij heeft hier een module ingebouwd waar hij waterstof ontwikkeld en toevoegt aan de verbranding. Zijn uitleg een besparing van 20 tot 30 % met een toenemende kracht van de motor. Zijn vrouw is uiterst vriendelijk en lacht ons begrijpend toe wanneer haar man iets uitlegt. Ze is nog steeds onder de indruk en doet mij even denken aan Hermien van, Gerd en Hermien. Ze ondersteund zijn levensvisie en ideeën met veel liefde. We krijgen een visitekaartje en zijn van harte uitgenodigd bij hem thuis.

Daar laten we het dus even bij.

De wind is erg fris en neemt in kracht toe tot 6 á 7. Eenmaal terug op de boot kruipen we met zijn allen heerlijk naar binnen, genieten van een borrel en halen oude verhalen op. De lachtranen raken op en tegen twaalven zoekt iedereen zijn kooi op. Het janken van de wind door de verstaging gaat verder door tot in de kleine uurtjes. De slaap wil bij mij niet vatten en uren later ben ik nog een aantal zaken aan het doornemen. Welk mannetje op welke plaats bij de start. Wat te doen tijdens schutten?.

En zo val ik dan toch tegen drie uur in slaap om in de ochtend tegen achten weer langs het bed te staan.

Het is nu vrijdag. De marifoon staat aan op kanaal 77 en via de buitenspeaker kunnen we alles in de kuip volgen. Wim en ik kruipen nog even de machinekamer in om het oliepeil te controleren en om de roerkoning even met vet bij te spuiten. De organisatie roept om dat de schepen vanaf 12.00 uur opgeroepen kunnen worden om door het kleine sluisje naar de Visserij haven te varen. Later horen we dat we daar kunnen aanleggen langs degarnalenkotters.  Het wordt toch nog drie uur voordat we weg kunnen varen richting sluis.

Daar liggen nog een groot aantal jachten te wachten voor schutting. Na drie schuttingen is het dan zover. Het sluisje wordt volgepropt en wanneer na 15 minuten de deur aan de andere kant open gaat voelen we de frisse zilte zeelucht onze longen binnenkomen. Het is groots en het voelt groots. Het is de vissershaven waar overal zeiljachten tegen grote viskotters liggen afgemeerd, vaak 4 of 5 rijen dik.

Bij het afmeren worden we geholpen door de nog jonge schipper van de garnalenkotter waar we langzij aanleggen. We krijgen zijn verhaal te horen hoe hij samen met zijn vader een maatschap heeft en samen twee kotters bevaren. Hierna krijgen we een rondleiding door zijn schip, van stuurhut en elektronica voor plaatsbepaling tot in de machinekamer.

We sluiten af met een wandeling en bezoek aan de viszaak waar we uiteraard even een harinkje genuttigd hebben. Bij terug komst aan boord worden we uitgenodigd door de zoon van de buren om gezamenlijk enkele oesters te eten. Mij niet gezien dacht ik toen ik ze zag. Hij had aan de kant in no-time een hele emmer van die grote oesters opgeraapt en was ze aan het serveren met wat citroensap. We hebben collectief onze eerste oester in onze kelen weg laten glijden. Ik vond deze eerste ervaring meer lijken op een zwemtocht in de Noordzee waarbij je een golf water binnen krijgt maar was toch een beetje trots op mijzelf. Dat gold ook voor Eric en Henk. 

Het is 19.05 uur. Henk is binnen een heerlijke maaltijd rijst met Bamipangang aan het voorbereiden terwijl hij staat te genieten van zijn glaasje Whisky.

Vanavond komt mijn dochter Inge en vriend Jan aan. Ze overnachten op de camping om vanavond van het vuurwerk en morgen van de start niets te missen.

De wind en weersverwachting is goed. De eerste vier á vijf dagen Noord-Oost 3-4.

Wij houden zelf meer rekening met 4-5. 

Deel 9 /10 CAMR

Zaterdag 15 juli./ zondag 16 juli 2006

Vandaag is het dan de grote dag. We liggen zoals ik had verteld in de Visserij haven aan de zijkant van één van de vele garnalenkotters. Als we naar de kant gaan springen we over de oude eindeloos geschilderde verschansing, lopen over houten dekken van polsdikke door het zout gepekelde planken, kruipen onder zware metalen roestige pijpen door en laveren langs roestvrij metalen stookketels van deze twee oude vissersschepen.

De nacht was, voor mij, kort en zéér onrustig. De hele nacht komen er aan de andere kant van deze haven grote vissersschepen binnen die hun kostbare vangsten uit de buik van het schip op de kant takelen. Een eindeloze stroom witte bakken die al of niet direct de afslag in verdwijnen of in de gereed staande vrachtwagens worden geschoven. Het zingen van hun schroeven dreunt onder water door tot in en onder mijn bed. Hier hoef je niet te liggen voor een rustig nachtje. Hier wordt gewerkt.

Na een douche in de jachthaven slaan we nog even een paar dozen vers fruit en groente in bij de plaatselijke super.

De familie is onderweg om ons uit te zwaaien. Mijn dochter Inge en haar vriend Jan zijn er al en mijn zus Nollie met kinderen en aanhang  zullen zo wel komen. Ze arriveren tegen twaalven. Het is een gezellige drukte op de boot, terwijl wij in onze hoofden al met de start bezig zijn. Er worden héél wat foto’s gemaakt. Om 13.00 uur is het dan zover.

Iedereen gaat van boord. Er wordt veel gekust en lieve woordjes worden uitgesproken. Ze gaan alvast een plekje op de dijk zoeken vanwaar ze ons goed kunnen zien.

Om 13.30 uur gooien we los en varen in de stoet zeilschepen naar de uitmonding van de haven, richting zee. Het is daar ten oosten van de startlijn een drukte van jewelste. De meeste schepen varen op motor of alleen met grootzeil hun rondjes om klaar te zijn voor de start. Wij hijsen het grootzeil, laten de andere twee zeilen nog even opgerold zitten en laten de motor stand-by staan. Een goede keus. We varen onze rondjes en wachten op het voorbereidingssein voor onze groep. Groep twee met de witte startwimpel.We raken langzaam in de witte groep.  Via de marifoon horen we de wedstrijdleider rustig zijn verhaaltje doen. Op weg naar de startlijn. We houden exact de resterende 5 minuten in de gaten om niet te vroeg te starten. We rollen, op weg naar het startschip, met de naam

“ WADDENZEE”, de kluiver en stagfok eruit. De kudde met de witte wimpel dendert naar de startlijn. We tellen de seconden af. De adrenaline stroomt. We gaan goed. Prima. Maar dan, maar dan. Dan gebeurt het, daar waar ik alleen maar slapeloze nachten van heb gehad. Een valse start. Een aantal schepen uit onze groep gaan té snel en glijden de startlijn over en terwijl de achterste daar nog geen idee van hebben schalt plots door de marifoon de startleider die ons verzoekt om direct om te keren. En alsof dat nog niet erg genoeg is moeten we ook nog eens wachten tot de andere groepen geweest zijn.

Wij snappen er even niets van. Maar zien dat het serieus is. Snel de motor starten, voorzeilen naar beneden, omkeren tussen allemaal grote snelvarende schepen en proberen achter in het veld te komen. Het komt goed. De wind is inmiddels opgelopen tot een dikke vijf Beaufort .

We varen maar en stukje weg van de andere deelnemers die we in groepjes zien verdwijnen.

Het is tien over drie dat we aan de beurt zijn. De boeg naar de startlijn, voorzeilen omhoog en de motor uit. We houden de tijd die ons rest goed bij op onze hand g.p.s.

Precies op tijd gaan de eerste uit de groep weg en wij volgen als laatste.

Het bestuur zwaait naar ons terwijl we als laatste langs het grote gele startschip van de kustwacht varen.

Op de oever staan veel mensen waaronder we onze dierbare familieleden goed kunnen zien, en horen.

Nog even een telefoontje en we zijn aangewezen op ons zelf. 
We houden de groep goed bij terwijl we de geul doorvaren tussen Schiermonnikoog en Ameland. De wind wakkert nog steeds aan terwijl de geul langzaam naar het Noord-oosten draait en smaller wordt. Recht tegen de wind in en omringd door zandbanken waar zware brekers over heen slaan.
Eric is al in zijn kooi beland met zijn eerste zeeziekte gevoel. Henk staat achter het stuur en Wim en ik bedienen de schoten van kluiver en stagfok. We moeten overstag, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, enz. enz. De slagen zijn kort en vergen concentratie en snelheid. De grote Anderson lieren draaien en rond en rond en worden keer op keer op uiterste spanning gezet. We worden omring door enorme golven die het op ons gemunt hebben en proberen ons van de koers af te krijgen. Het zal ze niet lukken. De koers is hoog en we halen eruit wat erin zit.  

Binnen in de boot horen en zien we ook de chaos ook groter worden. Niets blijft op zijn plaats, maar dan ook niets. Het meeste staat vast maar de rest vliegt rond. Wim en ik draaien aan de lieren of ons leven er vanaf hangt en op dit moment lijkt dat  ook zo. De reddingsbrigade heeft post genomen dichtbij  de zandbanken met hun grote brekers. Op de marifoon horen we dat een schip een ander dwars geraakt heeft en terug gesleept moet worden naar de haven. Onder deze omstandigheden lopen we een goede snelheid en vóór we aan het eind van de geul zijn hebben we er twee uit gevaren. Eén grote twee master en nog een ander schip. En dat met onze zeventien ton.

Kijk dat geeft een extra kik. We houden de verplichte uiterton, die het eind van de geul markeert, aan  bakboord van ons en passen onze koers aan zodat de oversteekplaats van de Shipping Lane, waarvan we van te voren de coördinaten hebben opgekregen, bezeilt is. Een nieuwe waypoint. De oversteekplek ligt scherp in de wind zodat we met een zeer hoge koers er misschien net doorheen kunnen. Geen prettige koers zo hoog aan de wind maar wel noodzakelijk willen we niet moeten opkruisen.

Bij het binnenvaren van de Lane melden we ons via de marifoonkanaal 5 met naam, deelnemersnummer en positie bij kustwacht Schiermonnikoog. Zo ook weer bij het verlaten van de Lane. Het is dan ook een drukte van meldingen op de marifoon.

Zo roep ik op:  Kustwacht Schiermonnikoog- Kustwacht Schiermonnikoog- hier zeiljacht NICOLAAS over. Hij antwoord direct met. Hier KustwachtSchiermonnikoog- Nicolaas zeg het maar, over. Ik antwoord met Hier Nicolaas, wij willen de Lane oversteken, over.  Hierbij geef ik de coördinaten in graden Noord en Oost op en sluit af.

Bij het verlaten van de Lane is het gesprek wat korter..  Kustwacht Schiermonnikoog hier zeiljacht NICOLAAS, wij verlaten nu de Shipping Lane. Hij antwoord metNicolaas hier de kustwacht, begrepen, goede reis en behouden aankomst over. De gesprekken over de marifoon hebben een vaste volgorde naar gelang de boodschap en mogen geen overbodige informatie bevatten.

Bij het naderen van de Shiping Lane, zo tegen 20.00 uur word ik erg koud (mede doordat ik ondanks het thermische ondergoed en de drie lagen opbouw drijfnat was van het transpireren), en nog niet de gelegenheid had gehad om mijn winddichte pak aan te doen. Ook ik werd plots zeeziek. Overboord hangen, kotsen tot er niets meer uit komt en dan binnen plat gaan liggen. 

Eric lag  ook nog steeds in de hondekooi. En ik op de leibank.  De wind is iets afgenomen maar de golven zijn nog indrukwekkend. Die komen vanuit het Noorden en hebben de laatste dagen tijd gehad om aan te zwellen. Binnen hoor je het hele schip werken. De leren plafondplaatsjes hoor je kreunen en het schip bonkt terwijl het haar kop op het ene moment in de grote bergen water duwt en het andere moment naar lucht hapt en snel omhoog komt.

Buiten staan Wim en Henk om beurten aan het roer. Je ziet de moeheid van Henk omdat zijn oogjes langzaam dichtzakken. Met een tussenpozen waarin ik dacht dat het wel ging ben ik weer naar buiten gegaan. Niet lang, en daar hing ik weer om in het gangboord te kotsen. Gelukkig spoelen de golven het gangboord weer schoon.

Alles bij alles ben ik daar vier en een half uur mee bezig geweest. De oorzaak volgens mij grotendeels door de anti zeeziektepleisters die ik tot twee keer toe ben kwijtgeraakt. Om twaalf uur in de nacht heb ik Henk afgelost. Hij kon gaan slapen en Wim bleef bij mij de wacht houden. Tot 5.00 uur in deze zondagochtend heb ik gestuurd. Wim en ik hebben de dageraad langzaam op zien komen. De halve maan stond schuin van achteren met zijn koperen kleur. Aan de voorzijde zien we langzaam andere toplichtjes van andere zeilers. Langzaam lopen we ze in. Toen Henk buiten kwam heb ik Wim naar bed gestuurd en Eric wakker gemaakt zodat ikzelf ook weer even kon gaan liggen. We hebben allemaal héél weinig gegeten en gedronken. Onder deze omstandigheden was dat ook niet mogelijk. Wim heeft vannacht droge krakkers geserveerd met ijsthee in de bidon. Het blijft erin, op deze zondagochtend.

Wim en ik staan weer op om 9.30 uur .

Eric ligt al weer op bed en Henk zit achter het stuur te dommelen. 

De wind is ingekakt tot plus minus 7 knopen.
We besluiten de halfwinder te hijsen maar moeten bij nader inzien deze toch weer strijken omdat we teveel hoogte verliezen.

Vandaag zullen we niet zo veel voort gang maken. Met deze lage snelheid rolt de boot vervelend op de lange deining die er loopt. Het is nu 12.00 uur. Op de marifoon geven de deelnemers elkaar de positie door.

De nachtkleding kan uit en de korte broeken en T-shirts kunnen weer aan. De hemel is blauw, rondom geen wolkje te zien, alleen maar zee, en nog eens zee.

De koers is momentheel 15 graden bij een windsnelheid van 8,5 knoop en een bootsnelheid door water van 2.2 knopen . De waterdiepte hier voor de kust van  Denemarken is rond de veertig meter.

Het is nu 15.45 uur Zoeloe tijd ofwel  zomertijd. Wim komt net zijn nestje uit, Henk ligt even in de andere hondekooi om even een schoonheidsslaapje te doen, Eric zit achter het stuurwiel op zijn sokken en een groot dik boek in zijn handen. Het stuurwiel staat vast met een elastiekje zodat Nicolaas het zelf moet doen.

Buiten is alles zout. Met grote korrels hangt het aan de reling, het dek en alles wat je vastpakt. Net of alles nat aanvoelt.. De sfeer onder de bemanning is goed.

Er komt een oproep binnen van een deelnemer die zijn accu leeg heeft. Zelfs zo leeg dat hij niet de motor kan starten om de accu bij te laden. Hij vraagt of de kustwacht een oplossing heeft op deze misschien vreemde vraag. Hij deed zijn oproep op kanaal 16. Foei, foei.

Hij wordt er dan ook direct van dit kanaal afgehaald om op praatkanaal 77 verder te gaan.

Uitvallers zullen er ongetwijfeld meer zijn. Allereerst die aanvaring in de geul naar buiten, dan wat ik hoorde een terug tocht door zeeziekte.

En dan dit bericht. Kappot gaan kan er van alles. Zo is Wim zijn zonnebril gebroken en heeft hij in de geul een klap op zijn neus gehad van de kluiverschoot. Een beetje bloed maar voor de rest gaat het wel. Die Willem is een echte volhouder. Eric had in het begin zijn enkel flink aan het fornuis gestoten en zat daarvan bij te komen toen de zeeziekte toesloeg. Vanmorgen hebben wij voor op de boeg een sluiting verspeeld waar de Halfwindermee aan de voortalie vastzat. Even later brak er een lijn aan de slurf waar we de Halfwinder mee hijsen. Die lijn was door de fabrikant met de kopjes aan elkaar vastgelijmd. Kan natuurlijk ook niet. Dat zal Bouwe de Vries niet leuk vinden maar heeft het zelf natuurlijk ook niet gezien. 

Het is zondag 6.07 uur en we besluiten even wat eten te maken. Het wordt nassie uit blik met een gebakken ei erop. Groente soepje vooraf en puddinkje na. Het eerste warme hapje van de reis, behalve de gebakken worstenbroodjes van vanmorgen dan. Het is nu ook pas mogelijk. Iedereen is van zijn zeeziekte af.

Het is nu 20.00 uur. We zijn ons al weer langzaam aan het voor bereiden voor de nacht. Buiten wordt het al frisser ondanks dat de lucht helemaal vlekkeloos blauw is en de zon nog voldoende kracht heeft. Wim heeft straks even zijn nieuwe vishengel uitgeprobeerd. Een rij gevaarlijke haken met veertjes eraan slingert hij over boord. Het eindloodje moet het hele spul doen zinken maar dat doet het niet echt met deze snelheid. Een kleine onervaren makreel. Prachtig fel groen bovenlijfje. Hij kijkt ons venijnig aan. Hij heeft geluk. We hebben hem teruggezet mede omdat we geen zin hadden in een smeerboel. 

Mijn avonddienst met Wim begint om 22.00 uur en loopt af om 2.00 uur.

We eten nog even een afbak broodje met een warme cheeseburger, vullen onze bidons en  zetten koffie.

Het duurde even voordat de maan verscheen, maar toen hij er eenmaal was in zijn goudgele pyjama werd de zee aan één zijde verlicht door het schijnsel dat ongehinderd zijn weg naar ons vond.


Deel 11 /12 CAMR

Maandag 17 juli /dinsdag 18 juli 2006

De dag begint met een wisseling van de wacht. Dat was vannacht om 2.00 uur.

Ik leg alles klaar voor Henk en Eric, die ons komen aflossen. We hebben een schema van vier uur op, en vier uur af.

De nacht is mooi met zijn ondergaande zon die, als in een vuurzee van gloeiende lava ondergaat.

We gaan slapen, en worden weer om 6.00 uur op deze prachtige dag gewekt.

De zee is zó rustig en groot. De kleine onschuldige golfjes vullen het niets zover we kunnen kijken. In de verte zien we de grote vrachtschepen hun koers volgen.

De lucht is zó mooi en licht blauw van kleur dat wanneer een kunstschilder dit op een vel papier zou zien hij niet zou weten waar te beginnen. Even kort hier en daar een paar witte vegen en klaar, af. Niets meer aan doen . Volmaakt.

De wind is té weinig om echt van voortgang te spreken. Niet echt spectaculair. We hijsen de Halfwinder van 130 meter over bakboord en zetten het grootzeil naar buiten aan stuurboord.

Met deze zeilvoering maken we toch nog twee mijl per/uur. Het hogedrukgebied licht vast voor Denemarken lijkt het wel. De elektronische barometer laat het verloop zien. De druk is momentheel 1030.

Ik had jullie liever veel actie aangeboden maar helaas.

De enige echter actie was die 15 kleine makrelen die Wim in een half uur gevangen heeft. Verder kwam er zonet, op nog geen 50 meter afstand, nog een aalscholver langs. Hij stond op een houten plank en keek ons aan of het zeggen wilden, nou en?.

Zo maak je nog eens wat mee.

Het is nu 11.30 uur. Henk staat achter het roer, Eric zit heerlijk een boek te lezen en Wim zit even bij te komen, zet voor ieder verse koffie of wat al niet anders en ik, nou ja dat weten jullie nou.

De zon klimt weer rustig in haar skybox en heeft het mooiste uitzicht van allen.

We varen ongeveer 50 zeemijl uit de kust van Denemarken. Langs de boot drijven hele velden van groene algen. Het is hier 35 meter diep.
De koers die we varen is rond de 30 graden, en zal ons dicht langs de kop van Denemarken zo het Skagerak insturen.

 

De generator loopt al vanaf  9.00 uur en zal alle accu’s weer lekker bijvullen. De sfeer onder ons is ontzettend goed. En voor het thuisfront zouden we willen zeggen het gaat goed.

Ik ga me maar eens opknappen, even liggen en opfrissen. De nachtkleding is uit en de dagkleding is aan. Ik hoor nu net buiten de enthousiaste kreten van de andere omdat het erop lijkt dat we een ander schip inlopen.

Het is 13.35 uur. We hebben zojuist via de marifoon gehoord dat een zeiler zes stuks dolfijnen naast zijn boot heeft gezien.

We zetten de Halfwinder aan de andere kant en lopen gelijk weer 4.5 Mijl. Dat is goed voor het moreel van de bemanning. 
Aan onze stuurboordzijde vaart ook een Colin Archer, een Hans Cristians.
We lopen hem met grote passen voorbij. Heerlijk.

 De wind trekt aan en we gaan weer vaart maken. De nieuwe Halfwinder trekt als een jong paard, we moeten haar nog even leren kennen.

We spreken af dat we de nachtwacht anders gaan indelen. Wim en ik tot 23.00 uur, Eric en Henk tot 3.00 uur, en dan weer Wim en ik van 3.00 uur tot 7.00 uur.

De wind trekt dusdanig aan dat we bespreken wanneer de Halfwinder uit de lucht moet. De felrode met witte banen ballon is van grote afstand al te zien.
Te laat strijken zou risico voor het zeil geven. De wind trekt verder aan, de golven zijn zich aan het opbouwen op dit vijftig meter diepe water.
We wisselen de zeilen en scheuren inmiddels over de donkere golven een witte schuimbaan achterlatend.

We hebben gezien dat de barometer snel zakt van 1035 naar 1027 in een korte tijd. Dat houdt dus in dat we wat meer wind krijgen.
De verwachting bij de start was een windstille dag?

Het is 22.00 uur. Ik zit rond te kijken en zie op een afstand een grote vogel, althans zo lijkt het. Máár hoe kan dát nu denk ik bij mezelf. Deze vogel duikt uit het water.

Ik spring op en roep, Wim, daar zit een dolfijn. Dat hadden ze binnen ook gehoord. Henk en Eric komen snel uit hun holletje. Met zijn vieren staan we te kijken. En plots duikt er een hele school dolfijnen langs de boot op. Ze zwemmen mee, dollen door op hun zij te gaan liggen zodat er één vin boven water uitsteekt. Ze zwemmen over bakboord naar voren, duiken onder de boot door en komen aan de andere kant weer tevoorschijn.Wij zijn als kinderen en staan te joelen op het dek. Eric doet alle moeite om foto’s te maken. Een eindje van de boot begint de school te dollen. Ze hebben plezier. Ze springen uit het water de lucht in, draaien zich om en laten zich met hun rug weer op het water vallen. Het is een cadeautje om hier getuigen van te zijn. Bij de groep zaten ook een paar orka’s. Dat zagen we toen ze uit het water de lucht insprongen, zwart met wit. 
Zo plots als ze gekomen zijn, waren ze ook weer weg. We hebben nog een hele tijd zitten nagenieten.

 De nacht is weer donker en we proberen de gang erin te houden. We turen de nacht in op zoek naar andere zeilers. Door hun driekleurige toplicht zijn ze inde nacht vaak beter te zien dan overdag. De wind blijft stevig, zo rond de 20 knopen.

 

In de ochtend van 3.00 tot 7.00 uur wakkert de wind nog steeds aan. De golven hebben zich inmiddels opgebouwd en maken enorme muren van water die in wisselende vorm op ons afkomen.

We bespreken wanneer we het grootzeil zullen strijken. We wachten nog want de snelheid die we nu maken geeft meer zekerheid over een tijdige finish.

Henk slaapt op de bank, omringt met kussens. Het is een wonder dat hij er niet uit valt.

Het wordt licht en met het stijgen van de zichtbaarheid zien we pas echt goed wat er om ons heen gebeurt.

Het Skagerak met zijn grote dieptes is één groot veld van reuze bergen water. Ze komen al schuimbekkend op ons af rollen alsof ze ons opzij willen duwen maar op het laatst besluiten er toch maar onderdoor te gaan met het nodige heupwerk van dien. Binnen in de boot is het bijna onmogelijk om je te verplaatsen. Alle zaken doen we met veel voorzichtigheid. En zo gaan we voort.

De wildwaterbaan wordt nog completer op deze dinsdagochtend. We surfen soms van een stuk golf af. Ik stuur zo dat ze schuin van achteren inkomen.
De grondsnelheid loopt op en zo zien we als maximum 9 knopen op de meter staan.

Het is rond 10.30 dat ik het roer over geef aan Henk. We zijn iets naar het midden van het Skagerak gevaren waar de dieptes groter worden. 
We steken een dubbel rif in het grootzeil en zetten de kluiver op 50%. De stagfok wás al helemaal weg.
Op deze zeilvoering maken we nog een prachtige snelheid alleen het is nu beheersbaar.

Eric ligt nog in zijn bedje en ik kruip in de hondekooi aan bakboord en probeer een dutje te doen. Het is zwaar werk en eist veel concentratie. 
Langzaam gaat de wind liggen, alleen de muren van water verplaatsen zich nog steeds. De lucht is onecht blauw en zuiver. 
De reven gaan uit het grootzeil, de kluiver wordt weggedraaid en de Halfwinder komt weer tevoorschijn.
We hopen morgen (woensdag) ochtend over de finishlijn te gaan.

De vreugde is dan groot, dat kan ik jullie zeggen temeer omdat we er echt voor hebben moeten werken.

Het is 15.45 uur in de middag dat ik hier binnen zit. Muziekje op. Het slingert allemaal. Even een koelkastje open maken is er niet bij. Dat moet met beleid. Zo ook toiletgebruik of gewoon je schoenen strikken, en niet te vergeten, telkens omkleden.

Vandaag eten we gekookte aardappeltjes, bloemkool, en een gehaktballetje. Als toetje na een zelf geklopte vanille pudding met wat spuitslagroom. Het gaat er makkelijk in.

Momentheel liggen we 80 Mijl vóór de finishlijn te dobberen. De wind is gaan liggen en er is géén vooruitgang meer. De lange deining is heel lastig. Een soort mini doldrums gevoel.

We proberen van alles, zeil erop, zeil er weer af. Halfwinder erop, Halfwinder eraf.
We verleggen de koers, dwars weg van Larvik. Als we eerst maar eens vaart krijgen.
De bemanning is nu buiten bezig om de Halfwinder te hijsen. Commando’s vliegen over de boot. We schommelen enorm en typen wat ik hier doe wordt moeilijk. Als het spulletje staat zal het beter gaan. Alleen de gedachten al dat we hier liggen terwijl daar de finish op donderdag ochtend om 9.00 uur gesloten wordt.
Dat zal ons niet gebeuren.

Het zonnetje staat nog steeds aan de hemel en verliest alleen wat kracht als ze achter de kim verdwenen is.

Ik hoor de schroefas weer draaien. Door de vaart die we maken, gaat de schroef meedraaien. Zingen noemen we dat, wat zich vertaald in een licht gebrom in de machinekamer.
Het schip begint weer te hellen. Mooi. Larvik, we komen er aan.

Het is nu 19.30 uur op deze dinsdagavond. We zijn zojuist van Deens grondgebied naar Noors grondgebied gezeild.

Ik ga naar buiten, kijken wat de vorderingen zijn. Het is zó weer nacht. Even een voorslaapje is prima om ‘nachts alert te blijven.


Deel 13 CAMR 


Woensdag 19 juli 2006

 

Van morgen zijn Wim en ik, na een nacht met weinig wind, rond de klok van vieren in onze kooi gekropen.

De uren hierna zou de wind draaien naar het Noordoosten.

We  liggen momentheel hoog aan de wind ( 60 graden)  en proberen om in één ruk over de finishlijn te varen. Deze denkbeeldige lijn is een lijn tussen een vuurtoren en een Kardinaal . Deze lijn moeten we van zuid naar noord passeren.

Een finish lijn die, bij deze snelheid,  overigens nog 5,5 uur hier vandaan licht. Terwijl ik hier nu zit (9.04 uur) bonkt het schip enorm. De golven, in ditruim zeshonderd meter diepe Skagerak, worden snel door de wind opgebouwd. Ze komen nog de golven tegen van het tegenover gestelde windveld van gisteren. Toen was de wind plotseling gedraaid naar zuidwest, en nu staat hij weer noordoost.

Tegen deze golven moeten we recht in, willen we vóór avond aankomen. De spanning aan boord stijgt omdat ieder van ons zich afvraagt of we er wel op tijd zullen zijn.

We worden geconfronteerd met een hoeveelheid wind waar we de hand aan vol hebben om eruit te halen wat erin zit.. De meter jaagt naar de twintig knopen en meer. Niet verontrustend. Maar wel omdat we hoog aan de wind moeten zeilen om hoogte te winnen. Om de paar minuten, net wanneer we vaart beginnen te lopen komen er drie extra groten golven op ons af die het schip totaal stil leggen. Ze beuken in cadans tegen de zijkant van het schip dat zijn hoge kant er naar toe keert

We hebben méér wind nodig om deze snelheid vast te houden.

We hebben al in geen drie dagen land gezien. We speuren steeds de horizon af of we een klein puntje zeil zien. Een zeiltje van een medezeiler. Alleen in de nacht zien we nog wel eens een lichtje aan de verre horizon. Wanneer het 12.00 en 24.00 uur is wordt het druk op de marifoon. Alle deelnemers gaan elkaar oproepen en positie doorgeven. Alles wordt genoteerd en op de kaart ingetekend zodat we weten waar iedereen is en wat de voortgang is. Zo van Beluga (naam ander schip) hier Nicolaas over. Even later Nicolaas hier Beluga Zeg het maar, over. Beluga, hier Nicolaas, kunt u ons uw positie doorgeven. Hierna volgt de uitwisseling van de g.p.s.  coördinaten. Het is een verplicht onderdeel van de race.

Het is zwaar binnen voor Eric en Henk. Wat ik dan ook niet snap is dat ze gewoon doorpitten.

Wim staat aan het roer en doet alle moeite om op koers te blijven.

We zijn richting kust gezeild en hebben de hoop, wanneer het zo doorgaat, dat we na een paar slagen over de finish lijn zouden kunnen.

We gaan overstag maar nadat alles weer onder controle is komen de windproblemen. Dit nieuwe vaargebied heeft zo zijn eigen invloed. Er blijkt een enorme invloed te zijn van stroom, veranderende wind, afwijkingen op het kompas, en wat later blijkt de invloed van het hogedrukgebied dat hier al dagen boven hangt Het werkt als een pomp die het water naar andere delen van de zee drukt. En hierdoor ontstaan weer stromingen. Wij hebben die invloeden ondervonden en zullen daar ooit een tweede keer rekening mee houden.

De slotsom is dat we veel meer tijd nodig hebben om dit kleine stukje te overbruggen.
We verlangen steeds meer naar een goede douche.

Het is nu woensdag 13.40 uur. Ik hoop voor donker binnen te zijn maar kan niets meer garanderen. 
Wat we ook doen, we blijven op dezelfde plek liggen. Geduld is belangrijk en iedere verandering meepakken. Zo gaan we met ons vieren verder.

En ja hoor, héél langzaam begint de wind te ruimen en kunnen we de koers verleggen richting finish. De vreugde stijgt weer en na enkele uren een koers aan de wind te varen van 30 graden zien we in de verte de vuurtoren liggen die aan de oost kant van de finishlijn staat. Nu op zoek naar de west boei. We kunnen hem niet vinden en roepen per marifoon een andere deelnemer op of hij de coördinaten door kan geven van deze boei. Na deze informatie en een goede verrekijker zien we hem. De spanning stijgt weer nadat de wind wegzakt en we weer bijna helemaal stil liggen. We hadden nét van te voren doorgegeven dat we over een half uurtje denken te finishen. Het is nog zó heet buiten en dat terwijl we daar liggen te dobberen met de finishlijn binnen handbereik. Het spookt al door mijn hoofd dat we straks midden in de nacht door deze lijn gaan en dan in het pikkedonker tussen hoge rotsen in het Larvik- fjord een kleine doorgang moeten vinden om in de haven van Stavern te komen. Een haventje in een klein dorpje gelegen tussen hoge bergen. Plots komt Wim op het idee om het grote lichtweer zeil erop te gooien. Hij zegt anders wordt het helemaal niets meer. Het moraal wordt weer opgepoetst en er wordt alles opgegooid wat we hebben. De nieuwe Halfwinder van 130 vierkante meter wordt samen met het grootzeil gezet en wonderlijk begint het langzaam op gang te komen. We lopen 2 knopen door het water met dit prachtige fel rood-wit gestreepte zeil dat als een grote ballon schuin voor de boot staat. Met een stroom correctie net voldoende passeren we om 20.33 uur de finish lijn. Ik geef de CAMR via de marifoon door de NICOLAAS is gefinisht. Grote vreugde aan boord. We schudden handen, feliciteren elkaar en hebben een beetje moeite om de emotie onder controle te houden.

Met onze rood gloeiende door zon en zeewater half verbrande koppen stroomt euforie. De zeilen kunnen naar beneden, de Halfwinder kan in de slurf en naar binnen, de motor kan gestart worden en we kunnen op zoek naar de ingang.

Het is nog een prachtige avond met veel licht en warmte. Eric geeft aanwijzingen vanuit het plotprogram om zo de ingang te vinden en bergen steen onder water te omzeilen. Nieuwe kaarten worden erbij gehaald. De grote bergen met hun prachtige bruine kleur en door water glad geschuurde structuren komen langzaam dichterbij. We zullen door een doorgang moeten om in deze veilige haven te komen. Op de eerste berg staan 4 jonge mannen en roepen. Ze juichen en maken een wave voor ons terwijl we deze berg langzaam voorbij varen. 

Terwijl we zo tussen deze bergen doorvaren zien we plots de masten van de andere deelnemers en de haven in zicht komen. Het is nog maar een klein stukje. De stootwillen gaan naar buiten, de landvasten worden klaargelegd. Het decor van deze haven ontvouwt zich voor hun ogen.

Wat een drukte, en wat gezellig daar. Een enorme drukte van schepen en overal mensen. Op de boten, op de steigers, op bruggetjes. De jongens staan voor op het schip om deze nieuwe wereld in zich op te nemen. En terwijl we zachtjes deze wereld invaren komt deze wereld tot leven. Op alle schepen, kaden, begint iedereen te applaudisseren, toeteren met scheepshoorn, roepen, juichen en zwaaien. Van honderden mensen applaus terwijl je daar langzaam met je grote schip in een heel klein haventje draait om een plekje te zoeken. Het is alsof we een ererondje maken. We zien mijn zusNollie, Aukje en Joep op de kade staan. Ze zwaaien zicht de armen van het lijf terwijl ze alles proberen te filmen.  Ik krijg er nog een brok in mijn keel van terwijl ik dit schrijf. We hebben het gehaald en kunnen het zelf nog bijna niet geloven. Iedereen kent ons plots. Dagenlang hebben ze ons gevolgd via Marifoon en plots krijgt het een gezicht, gezichten, wij, en NICOLAAS., een naam. We doen mee.

Op de kade omhelzen we Nollie, Aukje en Joep. De tranen staan bij Wim en mij in de ogen. Wat een ontvangt. Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt en zal dit ook niet vergeten.

We melden ons op het havenkantoor en maken contact met vele zeezeilers. Het lijkt wel één grote familie te zijn geworden. We liggen als buitenste in een pakje van 6 schepen dik.

Langzaam komen we tot rust terwijl we toch nog zo vol zijn van alles. We kunnen het zelf nog amper bevatten. We drinken en gaan met de auto naar het huisje dat Wim voor Nolli heeft gehuurd. Lekker douchen. Bij terugkomst is het 01.30 uur. We gaan slapen en vallen als in blok in slaap. Het bed ligt stil. Ook goed.

Donderdag ochtend. Om 7.30 uur sta ik alweer buiten omdat er een schip in het pakketje uit wil. Vandaag een druk program. De ochtend begint met een parade of sail. Alle schepen varen in een rijtje met een groot klassiek jacht als aanvoerder voor op kop.

We varen een mooie route door het Fjord naar Larvik. De plaats waar Colin Archer gewerkt en begraven is. Het is een eerbetoon aan een grootontwerper en bouwer.

Overal varen Noren met kleine bootjes met ons mee. Aan de kant, op oevers, en op bergen staan mensen te zwaaien. Uiterst vriendelijk. Het is hier zó mooi. Bijna onwerkelijk. 

Na de parade of sail staan er bussen te wachten. Iedereen meert weer af en vertrekt. We gaan naar een grote Barbecue ergens bij een andere jachthaven. Op een stukje wei half onder bomen staan de lange tafels te wachten op 700 hongerige eigenwijze zeezeilers. Er worden officiële zaken afgewerkt en prijzen uitgereikt. De grote ovens zijn inmiddels op temperatuur gekomen. Met een heel team vrouwen worden de bordjes van de wachtende mensen gevuld. Vier stukken vlees, salade, en nog andere dingen. We drinken een pilsje, praten veel met elkaar en hebben plezier op dit mooie onwerkelijke stukje Noorwegen.

We raken vermoeid. Laten ons om 21.00 uur met de bus naar huis ( de boot) brengen.

Gezamenlijk drinken we nog wat in de kuip totdat de geluiden van voetstappen en stemmen langzaam verstommen tegen het decor van dit stukje zeilparadijs.

Het is nu 02.25 uur, de mannen liggen heerlijke slaapgeluidjes te maken terwijl we morgenvroeg om 7.30 uur even de buurman moeten helpen met verkassen. Ik ga ook naar bed en sluit af voor deze dag. 

Wordt nog vervolgd want wij, Wim Eric en ik moeten nog naar huis. De route is nog niet bekend maar ik hou jullie op de hoogte.


CAMR  2006 Terug reis 1.

Zaterdag 29 juli t/m maandag 31 juli.

Vandaag is het maandag. De eerste dag van onze terugreis. We hebben enkele dagen in de haven doorgebracht waar we zijn aangekomen. Stavern, buiten de drukte van de race om een jachthaven waar vele Noren hun bootje hebben liggen. In het weekeind trekken ze er massaal op uit om met hun gezinnetje, alleen of samen met partner erop uit te trekken. Ze varen naar de vele kleine plekjes tussen de fjorden gelegen in een eindeloos landschap. Voor bijna iedereen die wil is er wel een privé plekje te vinden. Voor wat bij ons fietsen is lijkt voor hen wel varen. Het echte Noorse scheeptype waar Colin Archer aan de wieg heeft gestaan is overal zichtbaar.

We vergapen ons veelvuldig aan de plezierige, en nette manier waarop ze hun natuur gebruiken.

We hebben ons voorgenomen om in de ochtend rustig en vooral niet té vroeg op te staan. De laatste week hebben we onze energie per slot van rekening weer hard nodig. Zo rond half negen kom ik mijn bed uit. Ik slaap in het vooronder langs de Halfwinder die tijdelijk de slaapplaats van Riaheeft ingenomen. Ik kan er net langs liggen. Ik wrijf mijn ogen open, waggel naar het blinkende kersenhouten trapje naar de stuurhut, en strek mij uit om net door het gestreepte gordijntje te zien wat de wereld bied. De mooie Noorse buurvrouw zit al buiten. We hebben gisteren hele gesprekken gehad over diverse zaken en zo weten we dat de speciale vlag die achter op hun spiegel wappert het lidmaatschap van de Royal Norwegian Yacht Club, ( wel uitgesproken met en héle hete pieper op de tong), verraad.  Het zijn aardige mensen, dat wil ik er toch bij zeggen.

Ze weten dat we rond tien, elf uur, willen vertrekken. De lucht is een beetje grijzig en somber. De temperatuur is verbazend warm en er staat weinig wind.

Ik steek de Nederlandse vlag in de houder op het achterschip ten teken dat de schipper en de rest weer tot leven zijn gekomen. Wim en Eric kruipen uit hun kooien. Eerst maar eens wat Berliner broodjes aan de oven toevertrouwen. 
Potje thee, kleedje op tafel en we maken van het ontbijt langzaam weer een klein feestje.

Gisteren hebben we Henk, Nollie, Aukje en Joep uitgezwaaid. Ze zijn al thuis. Henk is al weer werken.

De planning voor vandaag is om eerst maar eens naar Larvik te gaan en wat beter te bekijken waar Colin Archer zijn wortels heeft liggen. Na het ontbijt kuisen we de boot door het dek en de gangboorden te wassen en de drinkwatertank goed af te vullen. Het is rond de klok van elf uur dat we de motor starten, de lijntjes losgooien en de haven verlaten waar we vier dagen terug met een groots applaus werden ontvangen. In alle rust draaien we de havenmond uit terwijl we langzaam de contouren van vele houten huisjes, de bootjes en steigers tegen de achtergrond van een prachtige natuur zien verdwijnen. Het gat achter de boot wordt weer gevuld met water.

We varen het Larviks Fjord in met zijn diepte van rond de 125 meter. Aan het eind zien we de contouren van Larvik langzaam tot leven komen. Wat klein lijkt wordt onmetelijk groot. De route wordt gevolgd op de kaartplotter. Rustig nemen we deze nieuwe wereld in ons op en speuren naar een goede plaats om aan te leggen en af te meren. We kiezen een oud steiger. Het ligt er verlaten bij en heeft nog de littekens van een oude handelsroute. De vele schepen die hier ooit afmeerden hebben hun sporen achter gelaten. Een rij palen uit het water omhoog rijzend, dwarsliggers, steigerplanken zo dik als spoorbielzen. Splinters, uitstekende bouten, koppen van dwarsbalken die eruit zien als het uiteinde van een stukje zoet hout waar je een dag op hebt zitten zuigen. Bolders met uitgesleten ogen die in weer en wind de kostbare vracht hebben vastgehouden. Deze restanten hebben hun eigen verhaal. Wie goed luistert kan het horen.

We lopen Larvik in. De stad is vanuit het water langzaam tegen de berg omhoog gebouwd. Onderaan is het leven rustig, het draaide allemaal om water. Er loopt een spoorlijn en de veerboot die een dienst onderhoud met Denemarken ligt hier afgemeerd.

We gaan op zoek naar het huis waar de familie Archer woonde en nog woont. De plaats waar Colin gewerkt en geleefd heeft. Het is moeilijk te vinden en de plaatselijke v.v.v. komt ook nog eens met de mededeling dat het museum vanaf gisteren een tijd gesloten is in verband met werkzaamheden.

We weten niet precies waar te zoeken en besluiten min of meer de boot maar op te zoeken. Toch geven we het niet op en spreken een man aan . Het blijkt een goede bekende van de familie Archer. Voor we het weten zitten we in een gesprek waarin we een uitleg krijgen over de geschiedenis van Noorwegen, het leven van Colin Archer en zijn familie. Hij brengt ons naar het familiegraf. De woning van de familie Archer. Zijn bronzen standbeeld. We nodigen hem uit aan boord, drinken koffie en kunnen vol trots vertellen dat we een echt onderwaterschip hebben van zijn tekening. Hij is enthousiast, en wij ook. We nemen afscheid, allebei wat rijker.

Nu is het 00.25 uur. We liggen voor anker in een onwezenlijk mooi Noors Fjord. Een decor van water oevers. Wim heeft een heerlijke maaltijd bereid. De avond heeft ons roezig gemaakt. De geur en smaak van Amaretto prikkelt onze tong terwijl de smaak van Ananas met slagroom nog in onze gedachten aanwezig is. Wat kan het leven toch goed zijn.

Langzaam zal deze eerste dag vervagen en overgaan in een zachte droom. Een droom die ons brengt in een nieuwe dag waarvan we de loop nog niet kennen.


CAMR  2006 Terugreis 2.

Dinsdag 01 augustus/woensdag 02 augustus.

Het is nu woensdagavond, 22.10 uur.

We zijn net terug van een wandeling in een schitterend klein Noors dorp, of stadje. Het verschil kan ik niet zien. Dit stadje heet Lillesand en ligt aan het eind van een lang Fjort.

De huizen zijn allemaal gebouwd in hout en de buitengevels zijn afgetimmerd met planken. De standaardkleur is hier gebroken wit. Behalve de voordeur is verder bijna alles één kleur. Afgelopen winter lag hier nog twee en een halve meter sneeuw vertelde een Noor. Moeilijk voor te stellen dat de jong uitziende gezinnetjes die hier met hun bootjes de Fjorden bevaren en er modern uitzien zo op zich zelf aangewezen zijn in de wintermaanden.

Nú is het hier kermis. Maar dan kermis zoals het er bij ons dertig jaar geleden uitzag. Dat weer wel. De levensstandaard is hoog. De levensmiddelen zijn erg duur. Ze zijn goed gekleed en de vrouwen zijn geëmancipeerd. We zitten hier natuurlijk wel aan de goudkust van Noorwegen.

We liggen langzij een oud vissersschip dat een tweede leven heeft als veerboot. Rond half zeven zijn we hier aangekomen. Haven stond er in de kaart, maar met onze lengte en gewicht is het moeilijk aanmeren tussen al die kleine scheepjes. 

Afgelopen maandag op dinsdag hebben we geankerd gelegen in een baai van een Fjord. Prachtig en heerlijk rustig. De dinsdagochtend zeer rustig tegen tienen ons bed uit en in de serene rust van de natuur ons ontbijtje gebruikt. Gisteren was een dag van het Fjord uit en de zee op. Een heerlijk stukje zeilen. Mijl of 25. Daarna een nieuwe plaats zoeken in een ander Fjord. Dat lukte gisteren niet echt. Tot drie keer hebben we op de kaart een ankerplek opgezocht. Telkens krabde het anker. Wanneer ik de negentig paardekrachten van de motor aan het anker laat trekken moet het schip blijven liggen. Dán ben ik pas tevreden. Minder zou ook wel kunnen maar is tegen mijn principe.

We vonden een ligplaats langszij een oud vissersschip dat afgemeerd lag in een langgerekte Fjord. 

De fjorden maken op ons grote indruk, temeer omdat we het nog nooit gezien hebben en omdat het een groot contrast is met Nederland. Het is levens gevaarlijk om hier in te varen zonder goed op de hoogte te zijn van de bodemstructuur. Nieuwe kaarten en of een goed werkend plotprogram isabsoluut noodzakelijk wil je hier niet de boot open varen aan een of ander onderwater rots. Eric blijft fotograferen. 

Vanmiddag was het weer net als gisteren. Strakke blauwe lucht bij een zwakke wind. We zijn gebruind door zon, zee en zout. Er staat weinig wind waardoor Wim en Eric tijd over hebben zodat ze hun nieuwe visgerei uit kunnen uitproberen.  Eric heeft binnen een half uur zeker 50 makrelen gevangen. Soms wel vier tegelijk. ( gelukkig zitten er maar vier haken aan de lijn).

Aan het eind van de middag zit Wim binnen en maakt, terwijl wij doorvaren een heerlijke maaltijd. Het leven is goed zo. We genieten van deze week, temeer omdat we weten dat we vanaf zondag weer dag en nacht zullen moeten doorzeilen om tijdig in Nederland aan te komen. Maandag 7 augustus moet iedereen weer werken. We passen het wacht lopen aan en zullen ervoor gaan. Maar nu nog even niet aan denken. 

Het leven is rustig. Morgenvroeg moeten we om 8.00uur al gaan douchen omdat de boot waar we aanliggen om 10.00 vertrekt. Dat wordt dus wekker zetten. Even wat anders. Morgen gaan we naar Kristiansand.

 
CAMR 2006  Terug reis 3. 

Donderdag 03 augustus

Piep-piep, piep-piep, roept mijn telefoontje. Om kracht bij te zetten gaat de Nokia steeds harder piepen.  Jaha, ik hoor je wel. Het is 7.30 uur. Gestommel in het achterschip, Wim en Eric wrijven ook hun ogen open. We moeten vroeg op vandaag, zoals ik jullie gisteren vertelde. De boot waar we langzij liggen vertrekt om 10.00 uur richting Kristiansand, waar wij ook naar toe gaan. Vandaar zullen we in één ruk naar huis zeilen. Een tocht van rond de 400 zeemijl.

We gaan ons eerst maar eens even douchen in het donkerrode houten gebouwtje op de kant. Daarna een rustig ontbijtje en dan is het weer zover. Er is wat meer wind dan gisteren. Ik hoop maar dat het zo blijft. De ervaring van de laatste dagen is dat in de loop van de dag de wind afneemt en de hitte toeneemt. Dat zal in Nederland ook wel zo zijn. Daar vallen de mussen ook van het dak heb ik gehoord. Het is 9.40 uur. Langzaam varen we op de motor weg en nemen een route door enkele zijarmen van het Fjord en komen zo op open zee.

Wanneer we eenmaal op zee zijn moeten we toch nog enkele mijlen doorzeilen om voldoende vrij te zijn van alle onderwater obstakels. De stroom is hier west gaand en neemt ons met 1,5 mijl per uur mee. De horizon is gesluierd en ziet er vreemd uit. Na enige tijd wordt het ons duidelijk. Binnen een half uur zitten we rondom in een dichte mist. De radar houdt de wacht en speurt de verre horizon af naar andere schepen of boeien. Een rustig gevoel geeft dit. We komen maar langzaam voorruit. Eric en Wim hebben de hengels al tevoorschijn gehaald. Eric is favoriet Makrelenvanger van deze week. De een naar de andere komt naar boven en gaat na een goedkeurend gevoel weer richting zee. Wim heeft zich toegelegd op Zeewolf en heeft ons uitgelegd wat voor een vis het is. Het beeld dat ik ervan heb overgehouden is een zwemmende bankschroef waarbij je beter niet met de hand in het bekje kunt komen. Een soort onderwater pitbull. Stompige korte botte tanden in een grote bek waarachter een slanke vis schuilgaat. Een vis die op diepte zijn uitgeputte of zieke prooi grijpt en niet meer los laat. Een vis om ontzag voor te hebben. Wim wilde die ó zó graag vangen om er een heerlijk maal van te maken. Dat moet gezegd worden Wim heeft zich deze week ontpopt als een verfijnde kok waarbij het goed smullen is.

Aan het eind van iedere dag schiet hij de kombuis in om er pas uit te komen met een overheerlijke maaltijd. Telkens anders, steeds verrassend. Maar nú die zeewolf. Hij staat al enkele dagen op het menu maar telkens moet er gewisseld worden van gerecht omdat we hem nog niet gevangen hebben.

Na anderhalf uur trekt de mist weer langzaam op en wordt het weer warmer.

Rond drieën besluiten we de haven van Kristiansand op te zoeken. Het Fjord waar we doorvaren is erg breed en ontzettend diep. Ruim tweehonderd meter diep.

We zien de stad aan het eind van de Fjord tegen een berg opgebouwd liggen. Het duurt lang voordat het vage immense decor zijn kleuren omzet in bewegende beelden. De film draait sinds we er zijn. Zoals altijd vaar ik er heen, minder vaart en ga eerst héél rustig de haven verkennen. Vaar erin, draai een rondje en overleg met de andere wat een geschikte plaats zou kunnen zijn. Daarbij nauw lettend op de diepte, wind en aan en afmeer mogelijkheid.

Het besluit valt. We draaien, gaan niet de havenkom in maar blijven aan de rand van de ingang en meren af langzij een Zweeds jacht. De man straalde geen enthousiasme uit maar verleende goedkeuring en nam onze lijnen aan. Ik doe altijd heel rustig. Iedereen is per slot van rekening zuinig op zijn spullen en wij zijn wel 17 ton.

Voor ons liggen twee Noorse jachten naast elkaar. Tussen ons en hen is 1 meter ruimte. Ze vertrekken alle twee binnen een half uur. We verhalen naar voren en iedereen is tevreden.

Het is een drukke haven waar het een komen en gaan is van snelle Noorse motorjachten.

We maken een wandeling door de stad en komen net voor sluitingstijd aan in een winkel waar ze verse vis verkopen. In een grote wit betegelde waterbak zien we een echte zeewolf zwemmen. Het is nog maar een jonge volgens Wim maar toch al bijna één meter lang. Zijn kop is inderdaad zoals Wim vertelde en zijn tanden spreken de taal van een kraker, tanden die vastpakken en zéker niet loslaten.

We kopen bijna één kilo zeewolf filet waarvan Wim een heerlijke maaltijd heeft bereid. Een maaltijd zoals een echte kok betaamt.


Vandaag is het vrijdag. De laatste dag hier, maar ook de laatste dag van luieren en wandelen. Kristiansand is een moderne stad met veel inwoners. Morgen, zaterdag, vertrekken we richting Nederland. Langzaam gaan de neuzen weer die kant op en stijgt onderhuids de spanning voor een 400 zeemijl durende reis. Een reis waarvan we nog niet precies weten hoe die zal gaan. De bedoeling is dat we eerst Den Helder aan doen en dan zien we verder, afhankelijk van weer en mogelijkheden. Eerst Scheveningen of direct naar Stellendam. We zijn met ons drieën. Het wachtlopen, passen we aan.De stuur en wachttijd wordt langer.

Ik laat jullie nog even in het ongewis hoe het gaat, daar kan ik pas iets over zeggen wanneer we weer in bereik zijn van Nederland. We varen te ver van de Deense kust om gsm. ontvangst te hebben. Ik schrijf wel maar bericht komt pas wanneer we Nederland naderen.

Voor iedereen alvast bedankt voor het lezen en misschien ook meeleven. Ik ga nog even buiten zitten met een biertje om te genieten van deze laatste avond in Noorwegen. . 


CAMR 2006  Terug reis 4, laatste deel.

Vrijdag 4 augustus/zaterdag 5 augustus


Lieve mensen.

De reis Nederland-Noorwegen en weer retour loopt ten einde. Vorige week woensdag ochtend zijn we weer in Nederland aangekomen. Lauwersoog, de plaats vanwaar we ook gestart zijn. Afgelopen zaterdagochtend 5 augustus 2006 om 9.00 uur zijn we aangekomen in onze eigen jachthaven te Numansdorp.

Zoals ik eerder had aangegeven, zijn we zaterdagochtend 29 juli om 10.30 uur  vanuit Kristiansand vertrokken richting Nederland. De dag tevoren heeft Eric credit gekocht voor 12 uur internetten. Met onze boordcomputer loggen we in op Internet en halen daar de laatste weerinformatie op.  Dat is allemaal Eric zijn werk.

Hij plaatst de opgehaalde weerkaarten over de te varen route en heeft dan een weerbeeld voor de komende dagen. Het blijft natuurlijk wel een verwachting en géén voorspelling.

Kristiansand, een prachtige moderne stad aan het eind van een imposant Fjord.
Een stad waarvan het oude deel een rechthoekige wegen structuur heeft . Een stad met een bruisend hart en vele winkelstraten. Kortom een stad waar het goed toeven is. De stad is via het brede diepe Fjord recht vanuit open zee aan te varen. Het is daarom ook een stad die, net als b.v. Rotterdam, aangedaan wordt door de categorie grote plezierschepen met in hun buik duizenden rijke mensen in luxe hutten, die zo een rondreis maken langs grote wereldsteden.

Zaterdag ochtend, 10.30 zijn we vanuit hier vertrokken voor een reis van 400 zeemijl naar Stellendam. De dagen ervoor hebben we ieder voor zich toch af zitten tellen omdat die reis toch wel weer de nodige gezonde spanning met zich mee brengt. Vier en twintig uur per dag, verdeelt in blokken van twaalf uur die weer verdeelt zijn in stukken van vier en acht uur. Zo hebben we ieder vier uur wacht gevolgd door vier uur sturen. Hierna vier uur slapen. Wacht houden, wil zeggen, bij de stuurman buiten aanwezig zijn voor alle ondersteunende werkzaam heden. Zoals praten, uitzicht houden, op de kaart en plotter kijken waar we op dat moment zijn en om koerscorrecties aan te geven. Maar óók zorgen dat de stuurman niet van honger en dorst omkomt, en zeilcorrectie’s uitvoeren.

De zaterdag begint zoals al de dagen ervoor, met een prachtige blauwe lucht. Aan de horizon komt wat sluierbewolking en we zien dat er een weersverandering aan zit te komen. We varen weg van deze mooie stad, mooie mensen en mooie omgeving. De drinkwatertank zit weer vol en de proviand is weer op peil.

Met een relaxte snelheid varen we deze mooie dag in, de contouren van Kristiansand achterlatend. We kijken regelmatig om, ons ervan bewust zijnd dat het wel weer even zal duren voor we hier terug komen. Wie weet.

De ingang van het Fjord wordt gemarkeerd door een vuurtoren aan één zijde en een licht met boei aan de andere zijde. Net buiten de ingang liggen de ondiepten met hun stenen tentakels tot enkele mijlen ver in zee te wachten op roekeloze schippers die hier, zoals in het verleden, in een onbewaakt ogenblik hun schip verloren hebben.

We varen recht in zee totdat de stroom ons er niet meer naar toe kan drijven.
Tegen verwachting in valt na enkele uren de wind weg en maken we bijna geen voortgang meer. 
We hebben eigenlijk geen zin om de motor te gebruiken. Het verstoort de rust en maakt van ons luie en gemakzuchtige zeilers.
Even dan maar, de motor gaat aan, we willen zeilen maar ook een keer in Nederland aankomen. Na ongeveer één uur komt de wind terug. De motor kan uit en alle zeilen gaan omhoog. Honderd zeven vierkante meter zeil staat bol in de wind. Een prachtig gezicht. De wind trekt aan en het wordt stevig zeilen. Het rooster draait op volle toeren. We moeten het Skagerak over voordat we in Deense wateren komen. De wind is Noord-Oost en maakt van de Deense kust hogerwal.

Een gunstige koers.  Wanneer we de volgende dag eindelijk langzaam loskomen van het Skagerak valt de wind weer weg en maken we bijna geen voortgang meer.

Ik lig te slapen en hoor plotseling de motor draaien. Dan is er altijd iets aan de hand. Eric kent mij en voordat ik mijn kooi uit ben praat hij me bij zodat ik kan blijven liggen. 

Mijn dagindeling is als volgt. In de avond heb ik wacht van 20.00 uur tot 24.00 uur, hierop volgt 4 uur sturen van 24.00 uur tot 4.00 uur, dan slaap ikvan  4.00 uur tot 8.00 uur en begint het allemaal weer van voren af aan. 

Niet lang, want liggen terwijl de motor tegen golven invaart is geen pretje. Telkens wanneer het schip een golf tegen komt schuif je naar voren, ná de golf krijg je een kleine versnelling zodat je weer de andere kant opschuift. Dan kun je beter onder helling liggen in een zeilkoers.

Ik besluiten mijn slaappauze op te geven en kleed me aan en ga naar buiten.

Ik begrijp dat de motor bij moet. We moeten koers houden willen we niet langzaam naar de Deense kust drijven. Na ongeveer één uur op de motor komt de wind weer terug maar dan uit een totaal andere richting. West- Zuid/West ditmaal. Hogerwal wordt nu plotseling lagerwal. We besluiten overstag te gaan om eerst wat meer vrij te varen van de Deense kust. Die kust ligt tot ver in zee vol ondiepten. Niet om daar direct vast te lopen maar wel omdat de golven die vanuit een diepe zee aankomen, rollen zich daar omhoog werken en lastige brekers kunnen worden. Ook staan deze gebieden vol met visnetten. Terwijl daar ook nog eens een scheepvaartroute ligt. Alle reden dus om ver van de kust te blijven. De wind blijft strak doorwaaien en de golven worden langzaam door het lange veld opgebouwd.

Langzaam vorderen we als een klein vlekje op deze grote zee, terwijl de golven zich opbouwen en de wind blijft doortrekken.

Ik heb rust en terwijl ik hiervan lig te genieten hoor ik buiten enthousiasme.  Voor de tweede keer komt er een groepje dolfijnen op ons af, zwemmen mee, duiken onder het schip door om aan de andere kant weer boven te komen. Het is altijd moeilijk in te schatten hoeveel het er zijn. Ik ben niet zo gauw in de gelegenheid om naar buiten te komen. In mijn thermisch ondergoed zou ik direct een kou op lopen, en aankleden zou te lang duren. Eric heeft zijn camera en maakt foto’s en een klein filmpje. Door het raampje zie ik ze steeds langs schieten. Na een aantal minuten zijn ze weer net zo vlug weg als ze gekomen zijn. Ik pak snel een stuk papier en noteer de positie 57 graden/21 minuten en 063 seconden Noord -- 07 graden/42 minuten en 929 seconden  Oost.

Door de sterke wind en woeste golven zijn we bijna niet in de gelegenheid om te eten.

De eerste dag worden onze magen op de proef gesteld met droge crackers en soepstengels. Een appeltje, koekjes of wat ander makkelijk in te nemen voedsel. Het duurt zeker twee dagen voordat je weer zo ingeslingerd bent dat je de onderneming aandurft om in de kombuis wat warm eten klaar te maken. De wind blijft krachtig rond zes Beaufort uit het zuid westen.

Het is dag twee dat Eric en ik tegen het vallen van de avond een zwarte muur op ons af zien komen. In de verte zien we lichtflitsen ten teken dat er onweer op komst is.

De marifoon kraakt en omdat de wind steeds van richting veranderd zien we de zelfde vrachtschepen telkens van een andere kant. En zo varen we met onze fel rode Musto pakken met fel gele capuchons het zwarte tegemoet. Even lijkt het alsof er een gat is waar we doorheen kunnen varen. Maar na luttele minuten trekken ze boven de regenschuif open en valt er zoveel regen uit dat al het zout van het dek verdwenen is. Alle investeringen in kleding zijn ineens meer dan verantwoord.

We proberen nog verder uit de kust van Denemarken te komen en komen na drie dagen aan in de Duitse bocht. We zitten veel te ver naar het Oosten en zullen meer en meer op moeten sturen om goed voor Schiermonnikoog uit te komen. Het weer wordt steeds ruwer en we naderen de Trafficseparation zone. Een zone voor diepgaande zeevaart. Een soort snelweg.

Het haaks oversteken, wat verplicht is, is op de zeilen niet haalbaar. We zetten de motor bij.

Na enige tijd gebeurt wat iedere schipper vreest. De motor begint te sputteren.

Wim hoort direct dat er te weinig brandstof naar de motor gaat. Het is waarschijnlijk dat de brandstoffilters verstopt zitten . Door het schudden van de dieseltank zal al het stille vuil los gekomen zijn en in de filters terecht gekomen zijn was onze mening. Gelukkig heb ik er nog twee op voorraad. Wanneer wind en regen even terug lopen gaat Eric achter het stuur. Wim en ik knopen het luik, dat via de kuip in de machinekamer uitkomt vast, laten ons naar binnen zakken en zetten ons klem naast de warme motor. Wim voert de operatie uit en ik ben aangever. We schroeven één van de twee filters los, vervangen de pakkingen en monteren een nieuwe. Net voordat we klaar zijn roept Eric dat we snel naar boven moeten komen. De wind wakkert aan, het schip begint te hellen en het begint tot overmaat ook nog eens te regenen. We starten de motor en hij loopt weer als een zonnetje.

Na een half uur is dat zonnetje verdwenen en begint hij wéér te sputteren.

Het waait 6 Beaufort . Maar wanneer de wind even terug loopt herhalen we de operatie van het tweede brandstoffilter. Het valt Wim op dat er zo weinig diesel naar de filters stroomt. We lopen de route van de diesel tussen dagtank en motor na en controleren het filter van de olie en waterafscheider. Dit filter zit vóór de brandstoffilters en heeft alle losgewoelde vuil opgenomen. Hier hebben we de boosdoener. Gelukkig heb ik veel reserve onderdelen bij me. Zo ook deze filters, gelukkig. Vervangen en klaar.

We kruipen naar buiten en prijzen ons gelukkig dat we niet zonder onze grote vriend, de motor, verder hoeven. 

De wind wakkert steeds verder aan. Wim en ik zitten buiten en proberen koers te houden. Binnen gaat alles te keer. Wat niet vast zit vliegt rond. We zitten in een dreigend weerbeeld. Rondom omweer, buien met windstoten. Het grootzeil is dubbel gereefd en de kluiver is 50% ingenomen terwijl de stagfok helemaal weggedraaid is. De wind is al even zeven Beaufort met uitschieters naar 8 Beaufort, ofwel 35 knopen.. Het schip staat waarvoor het gebouwd is en zo ploegen we verder in deze voor ons wilde zee.

In de kuip zitten we, met speciale banden en haken, vast aan een drietal vaste ogen. Een voor iedere bank en één voor de stuurman. Verder natuurlijk de banden in het gangboord.  Het is altijd opletten op een onverhoedse beweging van het schip. Voordat je er erg in hebt lig je aan de andere kant van de kuip. 

Het is dinsdag namiddag dat we de geul tussen Schiermonnikoog en Ameland naderen. Er trekt de zoveelste bui over ons heen. Plots valt de wind weg, de lucht scheurt open en er valt een bak water uit die ons alle zicht buiten 50 meter ontneemt. De golven zijn gladgestreken en het water blijft maar vallen. Een ongelooflijke hoeveelheid. Even overwegen we rondjes te varen. We blijven liggen tot de bui over is en het zicht weer beter wordt. Eric heeft in de tussentijd knakworstjes warm gemaakt. Het eerste warme knakworstje dat Eric van binnenuit aanreikt is als een geschenk en smaakt overheerlijk. Ik trek de klittenband open die het pak over mijn mond en neus afsluit, frommel snel het nog warme worstje naar binnen en sluit weer snel de zaak af. We roepen dat we er wel méér lusten . De pan vol die ditmaal naar buiten komt wordt in rap tempo leeggemaakt. Heerlijk op zo’n moment. Het smaakt als een beloning na een dag hard werken. 

Eric roept de koersen van binnen en ik probeer die zo goed als mogelijk is aan te houden.

En zo belanden we dan toch in de route die ons naar Lauwersoog moet leiden. Naar een veilige haven waar we kunnen rusten, eten, douchen en ons voorbereiden op de laatste etappe’s naar huis.

Nadat we geschut zijn in het kleine zeesluisje is het dinsdag 17.00 uur dat we afmeren op de plaats vanwaar we drie weken terug vertrokken zijn. Acht en zeventig uur na vertrek uit Kristiansand.

Woensdag. 10.30 uur. Een dagje op de motor. Relax varen we het Lauwersmeer af. De boeien en staken begeleiden en leiden ons door ondiepe delen naar het kleine schutsluisje dat de verbinding is met de Dokkummer Ee. Het meanderende water dat ons via Dokkum naar Leeuwarden brengt. Van hier via het Harinxma kanaal via Franeker naar Harlingen waar we willen overnachten. Nergens hoeven we lang te wachten voor het openen van een brug. We melden ons via de marifoon en soms is dat niet eens nodig. Ze zien ons aankomen. We zijn de enige met dit weer. 

Het kleine jachthaventje van Harlingen ligt pal aan bakboord naast de schutsluis waar we morgenvroeg geschut zullen worden. We kunnen er nét naar binnen. De ingang is smal . Aan ieder kant heb ik nog 20cm over terwijl de diep donkerrode glanzende  romp in het aangezicht van de ruwe betonnen rand van de ingang naar binnen glijd. Wanneer ik bij de havenmeester binnen sta. Vraagt hij hoe lang dit machtige schip is. Ik voel me trots. Hij heeft gelijk en vraagt of we nog eens terug komen.

De volgende ochtend staan we om 5.45 uur op om na een heerlijk ontbijt om 7.00 uur te vertrekken. Dit vroege tijdstip was noodzakelijk omdat er door spuien een strekte stroom in de haven komt wanneer we later zouden vertrekken. De rode en groene boeien rij van “de Boontjes”  leid ons buitenom naar de Laurentssluis. Hier worden we weer naar binnen geschut om bovenin het IJsselmeer te komen. Vanuit hier zeilen we naar beneden om viaEnkhuizen in Amsterdam te komen. De lucht is duidelijk overstuur. Overal zijn we omringd door donkere buien en dreigende wolkenbanden. De waterhoos die we achter ons zien ontstaan wordt goed in de gaten gehouden. Vóórdat hij beneden is lost het weer vanzelf op. We zijn er op voorbereid. We zeilen naar Enkhuizen waar we geschut worden naar het Markermeer. 
 

We zitten in de kuip te genieten van een heerlijk bakje champignon crème soep die in het felrode soepkommetje afsteekt tegen de donkere dreigende lucht rondom ons. En zo zeilen we heel relax Amsterdam tegemoet. Alle dreigingen ten spijt blijven de windstoten en buien uit. Via het IJ en Noordzee kanaal varen we richting kust. We willen overnachten in Velsen. Een jachthaven die ik eerder bezocht heb.

Het is pikkedonker en het regent volop wanneer we daar aankomen en afmeren aan één van de weinige overgebleven plaatsjes.

Het is tegen twaalf uur dat we genieten van onze warme maaltijd.

De volgende dag zal onze laatste dag zijn. De dag van bijna thuiskomst.

Na de afwas  vallen we als een blok in slaap. 

Vrijdag 4 augustus.

We staan rustig op en genieten van ons ontbijt. Bespreken de dag en tanken nog wat diesel. We luisteren de weersverwachting uit. Aan de kust West-Noord/West 5 tot 6 in de middag afzwakkend 3 tot 4. We zijn ons ervan bewust dat er aan de kust golven zullen staan omdat de wind al enkele dagen hard uit het westen komt. Hoe groot die golven zullen zijn weten we niet. We gaan ervoor.

We maken een planning waarmee we zo lang als mogelijk profijt kunnen hebben van de meegaande stroom. Vanuit uitgang Ijmuiden naar Stellendam is het tien uur zeilen met een gemiddelde van 5 knopen.

We varen richting IJmuiden waar we door de Kleine Sluis geschut worden. De wind is pittig maar wordt getemperd door de vele gebouwen op de kant.

We liggen in de sluis met nog één polyester jacht achter ons. Hier liggen we nog vast maar weldra zal de poort naar zee open gaan. Het water stijgt niet meer. De spanning is van de lijnen. De dikke met balken verstevigde sluisdeur gaat langzaam open. Onze blikken zijn naar buiten gericht. Vanuit de sluis kom je in een soort grote havenkom. Maar dan een hele grote.

Terwijl we nog in de sluis liggen kijk ik verder dan die grote met basaltblokken ommuurde kom en zie dat grote golven met enorme witte schuimkoppen breken op de zeewering ter plaatse van de ingang. De ingang die gemarkeerd is met groen en rode zuilen waar een licht op staat in dezelfde kleur.

Ik weet dat wanneer we losmaken er geen weg terug is. Het voelt alsof we losgelaten worden in een arena waar een kudde briesende stieren ons op staan te wachten. Nu nog in een veilige kooi van beton maar weldra in gevecht.

We varen de sluis uit en nemen de nieuwe situatie in ons op. Op de motor varende bekijk ik waar we het zeil kunnen hijsen. We gaan voor dubbel gereefd grootzeil en de stagfok.  Toevallig komt er langzaam een grote zandzuiger de kom invaren. Op het achterschip staat een enorm stuurhuis. Een klein flatgebouwtje laat ik maar zeggen. Het toeval wil dat het precies aan loef komt wanneer ik daar ben. Ik stuur op naar de hoge stuurhut van het schip en terwijl we in zijn luwte zijn hijsen we de zeilen. Eric en Wim zijn hierin prima op elkaar ingespeeld en hebben hiervoor niet meer nodig dan één minuut. Eén enkel handgebaar is voldoende voor mij om te weten dat ik kan afvallen omdat de actie klaar is.

De zeilen vallen vol wind en we zetten koers richting open zee.

We zetten ons schrap. Ik stuur met één hand op de spijlen omdat ik de andere hand nodig heb om mij aan de zeereling vast te houden. De voeten schrap in de kleine hoek achter de stuurkolom. We zitten met banden vast aan het schip.

De golven zijn enorm en komen met behoorlijke snelheid aanrollen.

De kustwacht had het over golven van drie meter hoog bij een windsnelheid van 6 Beaufort.

Nou, dit bedoelen ze dan. Eric heeft moeite met de aanblik van zoveel geweld en heeft binnen een veilig plekje gevonden. Wat telefoontjes en muziek doen hem even vergeten wat hierbuiten aan de hand is. Later vertelde hij dat het soms binnen donker werd door zoveel water over de ramen van de lage opbouw.

We willen niet te dicht onder de kust varen en kiezen ervoor om verder zee in te steken. De zee heeft haar eigen ritme, en de kunst is om met dit ritme mee te gaan.

Af en toe blik ik heel kort achterom . Ik heb daar gewoonweg geen tijd voor omdat ik heel gefixeerd op mijn windmeter moet letten. De wind grijpt 120 graden op de boot in ofwel een ruime koers. Dat moet wel zo blijven. Even een kleine afleiding of we zitten langs de koerslijn.  Soms hoor ik een extra grote golf aankomen. Al briesend buldert het naderbij. De helling neemt enorm toe, het schip wordt opgetild en met een donderderend geraas rolt de golf via de onderkant weer verder terwijl wij in een enorm gat kijken.  In de tussentijd hangen we aan de reling om niet uit de kuip te donderen. De krachten en energie zijn enorm. We kijken met ontzag naar wat het schip presteert in deze watermassa.

De windvermindering in de middag is uitgebleven. Het is constant tussen 25 en 30 knopen wind. We lopen boven de zeven knopen snelheid.

Telkens wanneer we een streepje blauw zien zegt Wim, daar komt de weersverbetering aan. Maar na enkele ogenblikken is het blauw weg en komt er een nieuw windveld aan.

We zien zo de kust van Scheveningen , Den Haag en Hoek van Holland passeren.

Na enkele uren hadden we door dat de stagfok ingerold moest worden en de kluiver voor 50% eruit. In deze combinatie hebben we tóch meer stuurbalans.

Het wordt langzaam donker wanneer we het gevreesde Slijkgat voor Stellendam naderen. We hebben de uiterton voor ons liggen en moeten eenstormrondje  maken willen we op de zeilen naar binnen kunnen. Wanneer we eindelijk na tien uur varen de eerste lichtboeien passeren is het geheeldonker. De wind is nog steeds krachtig en stuurt de golven met brekers over de zandbanken de geul in. Eric is paraat om met behulp van de plotter de kompaskoersen door te geven. Verder oriënteer ik me telkens op de dichts bij zijnde lichtboeien. Het Slijkgat is een gevreesde geul van open zee naar de sluis van Stellendam. We hebben nu gezien wat ze bedoelen. We lopen de havenkom in op de zeilen en strijken pas wanneer we in de kom zijn vóór de sluis. Het is 23.30 uur.

We roepen de sluiswachter op en worden in ons uppie geschut. We varen rustig op de motor de zwarte nacht in, in de richting van de vele kleine lampjes die het bruisende nachtleven van  Hellevoetsluis aangeven. We meren af langzij een werkschip. De schipper biedt ons deze plek aan en wij maken er graag gebruik van.

Tegen 2.00 uur vallen we in slaap met een grote hoeveelheid onverwerkte indrukken nog in ons hoofd.

De zaterdag is nog pril wanneer we door drie telefoontjes gewekt worden. Het is 6.00 uur dat we opstaan en 6.45 dat we uitvaren. De stad is nog in diepe rust gedompeld en wij zijn met onze slaperige vermoeide koppen al weer onderweg. Het waait alweer tussen 15 en 20 knopen. En terwijl we genieten van alleen maar het geluid van de wind bakt Eric binnen een heerlijk broodje omelet fantasie.

We zijn zoals met de familie afgesproken om 9.00 in Numansdorp. Langzaam varen we de beschutte haven in alsof we van een veldslag veilig thuiskomen. Het tromgeroffel en trompetgeschal is vervangen door stemmen, stemmen van onze dierbare die ons op staan te wachten. Blij dat we thuis zijn, blij dat alles goed is. De omhelzing is zoet.

Heerlijk om weer thuis te zijn.

Ik bedank iedereen voor het lezen van ons verslag en het meeleven van onze reis.

Ik hoop dat het verslag ondanks alle kleine schrijffoutjes toch nog een leesbaar verhaal is geworden.


Met groeten Jan Daanen en de bemanning Wim, Henk en Eric.